ik aan de kant van de weg

reisverslag deel 8

Reisverslag deel 8

 

Ma 22-07-’13

 

Na een ontbijtje in de zon gaat de reis weer verder richting Bahir Dar, Ethiopië. Naarmate ik dichter bij de grens kom wordt de omgeving steeds groener, een teken dat er hier meer regen valt….. Het achterlaten van de hitte valt me niet zwaar, maar regen lijkt me niks. Bij een van de laatste tankstations de auto helemaal volgetankt met diesel, inclusief de jerrycan op het dak. Hier is de diesel nog goedkoop, en ik heb nog genoeg Soedanese ponden over. Dacht ik….  Achter in de middag kom ik bij de grens aan, en besluit om er direkt maar overheen te gaan. Dat wordt geen bushkamp vanavond, Ethiopië ziet zwart van de mensen dus volgens de overlevering kun je je auto nog niet stilzetten, of er komt minimaal één persoon uit het niets tevoorschijn.

 

De grens is een echte afrikaanse bedoening, dus rommelig. Vee dat los rondloopt, veel mensen, winkeltjes, schimmige ritselaartjes en geldwisselaars met dubieuze verhalen. En weinig volgorde of logica in de kantoortjes waar je moet zijn om het Carnet en je paspoort af te laten stempelen.

En iedereen die met zijn vingers in de juiste richting wijst wil daar geld voor hebben. Wat ik niet geef, want een beetje hulp van mens tot mens hoort er bij.

Bij de paspoortcontrole aan de Soedanese kant kom ik er achter dat ik nog maar 26.50 Soedanese ponden heb. Terwijl ik er 28 nodig heb…..

 

En hoe ga je 1.5 Soedanese pond vinden, midden in de hei? De dichtstbijzijnde bank kan

wel 100 km terugrijden zijn….. De douanebeambte kijkt naar de 26.5 pond, en vraagt waar de rest is? Ik vertel dat het tanken niet helemaal goed is gegaan, men heeft teveel diesel in de auto gegooid waardoor ik net teveel moest betalen, de hond was ziek en me bal is ook al lek….. Het smoesje wordt in overweging genomen. Het geld geaccepteerd, en de hand met de stempel land met een daverende klap in mijn paspoort. Ik ben er door!

 

Op naar Ethiopië!

 

Het spelletje met de geldwisselaars heeft me wel weer wat geleerd. Ik had de koers van de ethiopische Birr opgezocht,en afgezet tegen de dollar. 100 dollar = 1878 Birr.

De eerste bied 1500 Birr, maar alleen als ik honderd dollar wissel. Na wat gesjacher komt hij op 1600 Birr, maar hij is me te agressief en heeft me teveel smoezen, dus ik loop weg om eerst mijn paspoort te laten stempelen. Als ik buiten kom staat er al een ander klaar, en die biedt uiteindelijk 1750 birr. De eerste wisselaar komt zich er mee bemoeien, en er komt nog een ander figuur bij. Ik ben het gelul zat en ga op een afstandje staan kijken. Daar komt de volgende aan, en die biedt ook 1750 Birr.

Als het ruziënde groepje doorheeft dat ik er niet meer ben, en bovendien met een vierde man aan het praten ben zijn de rapen gaar. Biedingen over en weer, slechtpraten over de concurrent, elkaar in de haren vliegen en argumenten in de vorm van “wij zijn de zwarten, hij is de witte!”. Men is dus niet blij met het bod van 1800 Birr, wat ik uiteindelijk aanpak na de twee laatste mannen tegen elkaar te hebben uitgespeeld. Met het geld van de ene in de hand, de andere om een hoger bod vragen.

Eigenlijk hoort de koers op de zwarte markt hoger te zijn volgens mij, maar ik wil voor het donker een goede kampeerplek gevonden hebben en handel niet verder. Er zat weinig schot meer in de biedingen.

 

De Ethiopische zijde van de grens is zo mogelijk nog rommeliger, en er is nog meer volk en vee op de been. Eigenlijk wel gezellig.

 

De formaliteiten gaan hier per computer! De vooruitgang heeft toegeslagen in afrika! De mentaliteit  is echter nog hetzelfde, dus veel meer gang zit er niet in. Maar ten opzichte van Egypte een hele verbetering, een grensovergang in twee uur tijd i.p.v. Twee weken.

 

De douanebeambte drukt me op het hart om in vredesnaam niet in het donker te rijden in zijn land, en een hotel te nemen in shehedi aangezien er geen campings zijn in de grensstreek.

Dat advies volg ik op, en net voor het donker heb ik een hotelletje gevonden, schoon voor weinig. Zestig Birr lijkt me wel een goede prijs voor een redelijk schone kamer, met schoon beddegoed.

 

’s Avonds loop ik een Ethiopiër tegen het lijf die voor een NGO werkt, hij is projektleider in natural resources, en weet veel te vertellen over de ontwikkeling die de regering van Ethiopië in gang heeft gezet middels een vijfjarenplan. Als eerste het analfabetisme aanpakken, daarna de rest. Mooie verhalen, dus een leuke avond gehad.

Morgen verder naar bahir Dar, aan lake Tana.

 

Di 23-7-’13

 

Onderweg maak ik een stop, en de onvermijdelijke lokale medemens is er ook weer. Deze herder is op weg in de richting die ik rijdt, of hij mee kan rijden? Sja, waarom ook niet?

Het lijkt er op dat de man nog nooit in een auto heeft gezeten, hij heeft de grootste moeite om er in te klimmen, kijkt naar alles wat ik doe om de auto te starten en weg te rijden, en als ik hem voordoe hoe hij het raam open kan doen lijkt dat wel een wonder. Hij draait het raam diverse malen open en dicht…….. Om zich vervolgens gedurende de rit vast te houden aan het knopje van de raamslinger, en aan het boek Lord of the rings van J.R.R. Tolkien, welke hij opgepakt en bekeken heeft. Het lijkt wel of de man zijn ogen uitkijkt als we relatief snel de omgeving doorkruisen.

Praten is niet mogelijk, want geen engels. De kaart bied ook geen soelaas, want nog nooit gezien. ( denk ik ) Alleen de naam Azezo doet de man opveren. Azezzo is een stad waar deze weg naar toe loopt. Maar ligt zo’n zestig kilometer verderop. Ik vraag me af of de man daar lopend heen wilde gaan, en maak me zorgen of ik hem niet te ver meeneem, zijn doel al voorbij gereden ben. Ik heb diverse keren gestopt en het proberen vragen, maar geen duidelijkheid gekregen. Doorijden dus, en het beste er van hopen….

 

in Azezzo moet ik rechts af, en weer wordt niet duidelijk of de man verder mee wil, of er hier uit stapt. Ik besluit in een café om hulp te vragen, maar vind direkt al een jonge vent, Mamush, die engels praat. Via hem wordt duidelijk dat de man hier familie heeft, en er hier uit wil.

Ik vraag me af waarom hij in de auto blijft zitten? Mamush regelt het verder, en de man stapt uit. Hij slaat zijn doek om zijn hoofd, en maakt op mij een verloren indruk in de situatie. Ik hoop maar dat alles goed komt….

Mamush daartegen weet wel van aanpakken. Hij wil ook meerijden, helemaal tot aan Bahir Dar. Hij heeft geen werk en geen geld meer, en gaat bij familie wonen om van daaruit op zoek te gaan naar ander werk.

Dat is wel even anders rijden, als je wel met iemand kunt praten onderweg. In Bahir Dar wijst Mamush me de weg naar een telecomzaak voor een simkaart, en naar de camping bij hotel Ghion

Ik sta hier met uitzicht op het lake Tana, en in de tuin van het hotel barst het van de vogels die ik nog nooit gezien heb. Mooi dus.

 

Wo 24-07-’13

 

Vandaag heb ik voor het eerst tijdens deze reis een echt vakantiegevoel, lekker uitgebreid ontbijten, even door de stad lopen voor boodschappen, en uitzoeken hoe ik bij de watervallen van de blauwe nijl terecht kan komen zonder auto. Dat lukt vandaag niet meer, tenzij heel duur betaald. Morgen dan maar, en met eigen auto.

 

Lekker wandelen langs het meer, thee in de stadstuinen en wat drinken met een groepjes jonge hollanders doet de dag verdwijnen als sneeuw voor de zon. ’s Avonds schrijf ik nog wat, en ga in een tent met traditionele muziek en dans een biertje drinken.

Er staan vijf kleine kinderen voor het podium mee te dansen, even later op het podium, en als de dansers voordoen hoe het hoort gaan de kindertjes helemaal los. Mooi man!

 

Do 25-07-’13

 

Ik pak de boel in, en maak me klaar om naar de watervallen te gaan. Mamush komt even kijken hoe het gaat, en we drinken samen koffie. Hij heeft verder niets te doen, en als ik hem uitnodig om mee te gaan naar de watervallen gaat hij mee.

Bij de watervallen barst het van de gidsen, aanwijzers en rommelverkopers. Als ik met een versgestempeld toegangskaartje in de auto stap, en er een jonge vrouw aankomt met een gestempeld bonnetje, waar ze geld voor wil, denk ik dat ik besodemieterd wordt en schiet uit m’n slof.

 

Ticket? Waarvoor is dat ding? M’n reet! Zaken doen en prijzen vastleggen doe je van tevoren maar, en niet achteraf! Ik ben het gezeik zat! Deur dicht en gas erop!

Een oudere man pakt ht portier vast voor het dichtgeslagen is, en ik kijk hem pislink aan. Hij wil de zaak uitleggen, maar daar heb ik geen behoefte aan. Hij zegt dat het en parkeerticket is, en ik vraag hem welke faciliteiten men levert voor het geld dat gevraagd word. Ik betaal niks voor parkeren langs een zandweg, waar men mij notabene zelf heen gedirigeerd heeft.

 

Mamush grijpt de man het ticket uit de vingers, en leest wat er op staat. Het blijkt een bijdrage te zijn voor de ontwikkeling van het dorp waar we net doorheen zijn gereden. Dat maakt het verhaal anders. Toch wel handig, als je amhaars kunt lezen. En het vervolgens in engels om kunt zetten.

Ik betaal de gevraagde vijf Birr, en de zaak is weer gesust. Tot de gidsen zonder vraag van onze kant in de auto willen stappen. Ik scheld de man uit voor apelul, en duw hem er uit. Wat zullen we nou beleven?

Er komen allemaal kutsmoezen voor de dag waarom er een gids mee moet, variërend van tol voor de weg als je zonder gids gaat, moeilijke route naar de watervallen, tot en met de ontmoediging dat we onze tijd gaan verspillen met zoeken.

Ik trap het gas in, en sla de zeikstraal bijna met de autodeur op zijn neus. Allemaal opflikkeren, de bus gaat rijden en kijkt niet meer naar voeten voor de wielen!

 

De weg naar de watervallen is inderdaad lastig, maar dat komt meer omdat het voetpad erg steil en glibberig is, en niet omdat de weg niet te vinden is. Lokale mensen wijzen ons de goede weg, als de GPS twee mogelijkheden geeft.

Onderweg zien we een groepje kleine apen door de rivierbedding lopen, en in de bomen slingeren.

Na een stevig half uurtje stappen zijn we bij de watervallen, waar het goed toeven is. Op dit moment is de waterval een beetje klein omdat het niet heel veel geregend heeft de laatste tijd. En het beschikbare water wordt gebruikt voor het opwekken van elektriciteit bij de stuwdam.

 

Op de terugweg stoppen we bij een paar boeren die fruit e.d. Aan het verkopen zijn, en als ik om tomaten vraag lopen ze het land op om er een “paar” te plukken. Kleine hoeveelheden kennen ze hier niet. Of ze denken dat de handel mooi duur te verkopen is aan een toerist? Ik loop mee het land op om ff te kijken hoe dat hier in z’n werk gaat, de tomaten staan tussen de mais geplant i.v.m. ruimtegebrek.

 

Onderweg naar Addis Abbeba besluit ik om toch te proberen om minimaal één bushcamp in

Ethiopië te maken, en als ik een weggetje de maisvelden in zie gaan draai ik van de asfaltweg af, en glibber over de rode modder op zoek naar een geschikte plek.

Tussen de velden ligt een redelijk vlak stuk grasveld met een paar struiken. Ik loop er heen, en hier kan het gaan gebeuren! Tussen de maïs- en andere velden vrwacht ik geen herders, en dus ook geen bezoek.

Nou ja, je raadt het al natuurlijk: verwachting klopt niet. De auto staat nog niet eens goed of , ploep, uit het niets verschijnt er een herder in traditionele kledij. Die me vanaf een afstandje aan gaat staan staren. Zonder te zwaaien, iets te zeggen of boe of ba. Heel raar.

Als er en tweede man verschijnt pak ik m’n boek met amhaars, de ethiopische taal, en vraag of hotel Toyota geen probleem is. Lachen natuurlijk, en gelijk in m’n boekkie kijken.

Hotel Toyota geen probleem. Ondertussen zijn er zo’n vijf man verzameld, waarvan er één engels spreekt. Dat maakt de zaken wel makkelijker, qua taal dan. Voor de rest staan ze bijna op de voeten als ik aan het koken ben, en als ik tomaten wil gaan snijden doet de engels sprekende man dat voor me.

Ondertussen is het aardedonker geworden, en lijkt het er op dat het hele groepje een beetje zenuwachtig begint te worden. Als ik klaar ben met eten moet ik inpakken en naar het dorp rijden, zoals zij zeggen. Ik begrijp het probleem niet, en zeg dat ik hier blijf. Ik sta hier mooi.

 

Na een tijdje pijnzen zegt de engels sprekende man “robbery”. Overval is mogelijk als ik hier blijf staan, ik moet naar de politiepost gaan om daar te kamperen.

Dat lijkt me nu ook wel een goed idee, want overvallen worden daar houdt ik niet van. Als we wegrijden, met twee man in de auto en drie man op het dak, worden we nageroepn dat we moeten stoppen. Maar daar versta ik niks van natuurlijk, en rijdt gewoon door. Uiteindelijk stoppen we toch, want het is politie die ons sommeert te stoppen. Als de ethiopiërs uitleggen hoe de vork in de steel zit moeten de mannen die op het dak zitten eraf komen, oom agent stapt bij in de auto, en we gaan op weg naar de politiepost.

Men wil me langs de openbare weg laten kamperen met de auto, maar dat lijkt me niets. Als er ’s nachts een vrachtwagen op de auto knalt is het afgelopen met de pret. Dan maar op het terrein bij de politiepost parkeren. In het donker rijdt ik een van de heftigste stukjes off-road die ik tot nog toe gehad heb, glad, steil, en bepaald niet vlak. Bij de ingang van de politiepost zit een balk boven de deuren langs, en daar pas ik niet onderdoor. Maar niet getreurd, een hamer en wat onbenul brengen uitkomst, en daar sta ik dan. Veilig.

Ik nodig de twee mannen die in de auto zijn meegereden uit voor een drankje in het café, en daar vind ik uit hoe de afrikaanse naamgeving werkt. Eigen naam, vaders naam, grootvaders naam.

Vandaar dat ze me bij elke officiële papierwinkels vragen naar mijn vaders naam. Waarom dan ook mijn moeders naam er steeds bij moet?

Zimanu Awoke Mulu, heet de ene man. Zijn broer heet Yaregal Awoke Mulu. Hun kinderen krijgen dus een eigen naam, met daaraan toegevoegd Awoke Mulu, en  Yaregal Awoke. De kinderen zijn dus neven en/of nichten, maar de familierelatie is uit de naam niet af te leiden zoals dat bij ons het geval is.

 

Vrij 26-07-’13

 

De weg naar Addis Abbeba leidt door de Choke mountains, en dat heb ik geweten! De weg gaat voor een gedeelte op 3000 meter boven de zeespiegel, en daar is de lucht niet erg dik. Mijn Toyota heeft een motor zonder turbo, en dus ernstig gebrek aan zuurstof op dit niveau. En geen zuurstof betekend geen diesel verbranden. En dus geen vermogen om het olde peerd over de heuvels te slepen. Ik kruip met vlagen met een slakkegang van 20 km/h de berg op, in de eerste versnelling. Dit gaat dus wel even duren, vandaag geen Addis. Wel een goede gelegenheid om mijn zelfgemaakte high-altitude compensator te testen. Toyota levert zulke dingen ook, en dan werken ze op de druk in de inlaatbuis van de motor. De mijne is mechanisch, en moet met de hand ingesteld worden. Zonder deze compensator blijft de dieselpomp diesel inspuiten alsof de motor nog dikke lucht van zeeniveau krijgt. Zonder zuurstof diesel verbranden geeft me toch een rookpluim jongen! Als ik voor de lol probeer om op 2800 meter zonder compensator de berg op te rijden weet ik niet wat ik zie! Ik kijk in de spiegel, en de hele weg ligt onder en zwarte rookwolk. Is dus gewoon niet meer te zien, zo’n bult rook hoest een Landcruiser uit 1986 dan uit. Hahaha! Dat waren nog een stijden! Maar gauw weer instellen die compensator, de motor wordt ook niet beter van van al die onverbrande diesel. In fiche houdt ik het voor gezien, en duik een hotel in.

 

Oh ja, ik heb ook nog apen gezien onderweg. Bavianen die hun leuter in de zon aan het drogen waren.

 

Za 27-07-’13

 

Op naar Addis! Met al dat langzame gerij kom ik nooit in Oeganda aan. Ik had in Khartoem een schema gemaakt, maar dat ga ik niet halen. De auto is gewoon niet sneller, met z’n viercilinder van 90 PK.

 

In Addis ga ik een COMESA verzekering afsluiten voor de auto, deze verzekering is geldig in alle afrikaanse landen die hierbij aangesloten zijn. Dat scheelt een hoop papierwerk bij de grenzen, en de kosten zijn dan ook duidelijk.

Ik kom net te laat op het verzekeringskantoor, de tent sluit om 12.00. Op zaterdag.

Als ik de lonely planet opensla zie ik direkt sauna en massage staan. Dat is een goed idee, want mijn schouders doen al vanaf vertrek uit holland zeer.

 

Bij de hotsprings in Addis heeft men een saunacomplex gebouwd, ooit lang geleden mooi en schoon. Veronderstel ik. Nu is het niet meer zo mooi, maar het werkt nog steeds! Ik wordt eerst in een kingsize bad gelegd, daar kan ik wel in verzuipen man! Als ik met mijn voeten tegen de andere kant leun, blijft m’n neus net boven water. Als ik een tijdje gelegen heb komt de masseur, en die gaat me eerst met een harde waterstraal masseren. M’n vel bobbelt alle kanten op, maar het voelt wel lekker. Tot de straal te dichtbij komt, er zit echt veel druk achter. Daarna op de massagetafel, weer rusten en als ik bijna in slaap val komt de masseur. Om een speciale massagetechniek, waarvan ik de naam niet verstaan heb, toe te passen. Helemaal onder de olie zit ik twee uur later bij te komen op een bankje. Dat doet een mens goed!

 

Zo 28-07-’13

 

Vandaag wil ik graag naar het nationale museum, om Lucy te gaan bekijken. Je weet wel, onze verre voorouder die men hier in ethiopië heeft gevonden. Als ik bij het museum kom blijkt de expositie tijdelijk verplaatst i.v.m. uitbreiding van de vaste tentoonstelling. Shit man! Lucy is gelukkig nog wel te zien, evenals de ontwikkeling van de mensheid via verschillende ondersoorten tot de huidige Homo Sapiëns. Ik had er graag meer van gezien!

 

Het Natural History Museum is wat moeilijker te vinden, en als ik de weg vraag wordt ik compleet de verkeerde kant op gestuurd. Het museum zit nota bene aan de overkant van de straat! Na wat heen- en weergeloop kom ik er alsnog, het blijkt een educatieprogramma te zijn om de mensen in Ethiopië bewust te maken van hun omgang met de natuur. Het barst er van de opgezette beesten, of koppen ervan. Een van de luipaarden hebben ze opgezet met obesitas, veel strakker kon dat vel niet!

 

Een internetcafé biet de mogelijkheid om de website weer wat bij te werken, maar het is traaaaaaaaag! Volgens de uitbater moet het over tien minuten beter worden. Ja ja, denk ik. En verdomd, het werd beter! Niet veel, maar toch beter.

 

Als de tent om 21.00 sluit moet ik er uit, het uploaden van de foto’s moet maar wachten. Kort bij het hotel zit een internetcafé met ‘het snelste internet van de stad’. Aangelsoten met glasvezel, en dat merk je! Het uploaden van de foto’s gaat wel tien keer zo snel! Alleen jammer dat de upload elke keer vastloopt, en ik uit moet zoeken welke foto wel door het draadje is, en welke niet. Als om 23.00 de zooi weer vast loopt kap ik er mee, morgen weer niet vroeg op pad dus. Eerst de website, dan de remcilinder, dan op pad!

 

Ik vol een griepachtig geouwehoer opkomen n m’n lichaam, warm, koud, zere spieren. Ook dat nog! Zo komen we helemaal noit in Oeganda. Het leven in Afrika is hard. Hahaha!

 

Ma 29-07-’13

 

Het zal toch geen malaria zijn? Bedenk ik me na een blik in een boekje first time africa. Dat moeten we niet hebben. Tijdstechnisch niet, en gezondheidstechnisch al helemaal niet! Ik besluit om het nog even aan te zien, overdag heb ik er minder last van als ’s nachts.

 

De jacht op internet wordt geopend, gelukkig is hetzelfde cafe als gisteravond open, dus dat is gauw geregeld. Ff skypen met Marieke, da’s altijd leuk. Ik ben vandaag niet de vrolijkste, mijn lichaam doet zeer en echt goede zin heb ik ook al niet. Terwijl ik daar eigenlijk geen reden toe heb. Maar goed, we doen het ermee. Gaandeweg het gesprek knapt mijn humeur op, en vol goede moed ga ik op jacht naar onderdelen voor de hoofdremcilinder. Of eigenlijk naar de prijs voor deze onderdelen. Als ik ze gevonden heb valt de prijs niet mee,2100 birr, zo’n 85 euro. Maar ik koop ze toch, gezien de toestand van de koppelingscilinder. Geen remmen = Geen lol in de bergen.

 

Laat in de middag ga ik op pad, en in het donker zoek ik naar en hotel. Waar je in Egypte en Soedan nog redelijk in het donker kon rijden, is dat hier absoluut niet het geval. Als ik voor een brug sta, en iedereen met zijn lichten knippert heb ik het vermoeden dat mijn weghelft zich afgesplitst, zonder dat het mij duidelijk was. Omdraaien en terug maar weer. Inderdaad splitst de rijbaan zich, in een hoofdweg, en een zijweg. En je moet maar weten dat die zijweg voor jou is. Ik zie meerdere auto’s en vrachtwagens op de kant in de berm liggen, en glijdt zelf bijna rechtdoor in een gat terwijl de weg een omleiding volgt. Niks is aangegeven hier.

Als ik langs een hotel rijd stop ik direkt, het is genoeg voor vandaag. En die griepzooi werkt ook niet mee.

 

Di 30-07-’13

 

Vandaag getracht om vroeg op te staan, en kilometers te maken. Maar dat is weer niet gelukt. Ik sta te tollen op m’n benen. Gauw ontbijten, inpakken en wegwezen. Op zoek naar een dokter, voor een malariatest.

De eerste dokter heeft het druk, ik krijg volgnummer 32 en kan gaan zitten wachten tot 12.00.Zo’n drie uur dus! Daar denk ik toch anders over, en ik stap weer in de auto.

 

Er is ook een ziekenhuis in de buurt, weliswaar 20 km de verkeerde kant op, maar daar ga ik maar heen. Het Sister Clitoria Memorial Hospital. Of zo. Wel een net ziekenhuis, op het eerste gezicht. Netjes in de verf, vrij modern gebouwd, met alle disciplines die wij ook in een ziekenhuis hebben. Dat ziet er veelbelovend uit. Aanmelden bij een loket, waar iedereen door elkaar praat, en de verpleegster aan de kop zeurt. Dat arme ding kan zo toch niet opschieten, snappen die lui dat niet? Als de derde voor probeert te kruipen pak ik ‘m bij zijn schouder, en zeg dat ik aan de beurt ben. Even terug in de rij.

 

Verbazing alom. De meiden achter het loket kijken alsof ik ze en oneerbaar voorstel heb gedaan ( wat overigens nog wel een s de moeite waard kon zijn, het zijn mooie meiden ) en er valt een stilte om ons heen, het lijkt wel alsof de lucht bevriest. Dit is men hier kennelijk niet gewend. Maar daar heb ik niks mee, ik voel me wat duizelig en wil gewoon gaan zitten.

Gebruikmakend van de stilte begin ik te vertellen wat ik wil, en wordt ingeschreven. Niet zonder ongeveer honderd keer onderbroken verpleegster. Maar we komen er wel.

Als ik wil betalen kom ik er achter dat ik niet genoeg Birretjes heb. En dollars, daar kunnen ze niks mee. Op naar de bank dus. Die vervolgens niet werkt. Andere bank, werkt wel. Gauw betalen bij het loket, en gaan zitten in de wachtrij. Al gauw word ik wordt gewogen, en mijn bloeddruk wordt opgenomen. Nog meer wachten, en daar komt de dokter aan. Even praten, en hij besluit een bloedonderzoek te laten doen naar malaria, en stoelgang op Typhus, omdat ik ook wat last van maag en darm heb.

Nou had ik gisteravond al een stoelgang met en grote S gehad, dus de fabriek was uitverkocht. Geen onderzoek. De zusters dringen aan, maar wat moet ik dan? De zooi op gaan halen? Er komt geen onderzoek! En daarmee basta! Eén van de zusters zegt: “Vanmiddag dan?” Nou, dan ben ik niet meer hier! Gelukkig heeft de dokter meer begrip.

 

Ik heb gelukkig geen malaria, en het bloedbeeld laat ook geen verdere afwijkingen zien. Zijn advies is om nog een dag in de buurt van het ziekenhuis te blijven, en even aan te zien tot morgen.

 

Ik neem het in overweging, en besluit om toch te gaan rijden. Het rijden valt werkelijk niet mee, en als ik langs de oevers van het laganomeer een bordje voor en camping zie, ga ik daar heen. Vanavond in mijn eigen daktentje, op mijn eigen matras met mijn eigen kussen! Home sweet Home!

 

Na een stevige maaltijd van twee bieflappen en aardappels met groenten kruip ik in bed. Helemaal netjes opgemaakt, met een extra slaapzak om mijn voeten rondom af te dekken.

Nog ff met Marieke bellen om te vertellen hoe het gaat, en daarna lekker slapen. Ik lig hier lekker, in m’n eigen nest.

 

Wo 31-07-’13

 

Het was een goede nacht, en de griepachtige verschijnselen zijn zowaar wat afgenomen. Dat beloofd wat! Ik ontbijt met pannekoekjes, want ik heb gisteren vergeten brood te halen. Voor de rest  doe ik wat afwas, probeer het zelfgemaakte muskietennet onder de daktent uit, en schrijf dit verhaal af. Ik blijf vandaag maar hier, het is wel best zo.

 

De vogeltjes hier zijn wel leuk, het is net of ik in een voliére zit. Allemaal mooie kleurtjes en vreemde geluidjes. En ze lijken wel wat op de Ethiopische mensen, komen ook heel dicht op je vel zitten. Maar van vogeltjes vind ik dat wel leuk.

Er is een geel vogeltje dat de heel tijd aan de spiegel van de auto hangt, hij heeft verkering met z’n spiegelbeeld. Of zij is een ijdeltuit! En een praatjes man! Hartstikke leuk.

Comments are closed.