Reisverslag 14

Reisverslag deel 14

 

Do 7-11-’13 t/m Di 12-11-’13

 

Het zijn wisselende weersomstandigheden hier op het strand. De ene dag heb ik de luifel nodig als bescherming tegen de zon, de nadere dag regnt het pijpestelen. Ik doe het zo kalm aan als mogeloijk is hier, relaxen hoort er ook bij. Toch is ere elke dag wel een klusje te doen, zoals accu’s controleren, zuur bijvullen en opladen. Of een band verwisselen en het wiel weer omruilen met het reservewiel. Zo blijft het echte vakantiegevoel een beetje weg, en als ik een dag niets te doen heb is het koud en regent het.

 

Maar dan ontmoet ik dr. Modest Ruabubi! Hij woont twee huizen verderop, en als ik langs loop om beltegoed te gaan kopen raken we aan de praat. Hij is bezig met een biologisch-dynamisch tuinderij experiment in zijn tuin, en laat me enthousiast al zijn ideen zien.

Hij geeft me ook een van de avocado’s die onder een boom liggen, die is vanzelf naar beneden gevallen en dus klaar om gegeten te worden. Ook zonder kunstmest gegroeid. En lekker man! Dit is de beste avocado die ik tot nog toe gegeten heb. Lekker romig, zacht en vol van smaak.

 

Als we zitten te praten komen we op een gegeven moment bij het onderwerp zwemmen terecht. Ik vertel dat ieder kind in holland zwemles krijgt, en zichzelf dus kan redden als hij in het water valt. Modest zou ook wel willen leren zwemmen, dat lijkt hem leuk. We praten over de zwemtechnieken, en de hulpmiddelen die gebruikt worden om de leerlingen drijvend te houden in het begin van de zwemlessen. En proberen te bedenken wat er hier voorhanden is om als drijfmiddelen te gebruiken.

De kinderen in africa krijgen geen zwemles, maar gaan wel ver het water in en hebben geen angst. Zelfs de vissers kunnen niet zwemmen, en gaan toch ver het meer op met hun boomstam-kano’s.

Als ik naar huis loop vraag ik me af hoe ik zwemlessen zou kunnen realiseren, en herinner me dat ik nog matjes armaflex, een isolatiemateriaal, tussen de kisten in de auto heb zitten. Die zijn eigenlijk tegen het rammelen van de kisten, maar weggeven voor zwemles is veel leuker.

 

Als ik de volgende morgen met deze drijvers bij Modest aan kom vliegt ‘ie zowat in de brand van enthousiasme. Deze eerbiedwaardige man van 68 jaar lijkt ineens een jongetje van 6 die losgelaten wordt in een snoepwinkeltje. Zonder budgetlimiet, wel te verstaan!

 

Het is zondag en mooi weer, dus het barst van de mensen op het strand. Aangezien dat zwemmen toch wel spannend is besluiten we te wachten tot vanavond, en hopen dat het dan rustiger is.

Uiteindelijk wordt het maandagmorgen als we de eerste keer te water gaan, Modest heeft goed geoefend met droogzwemmen, dus natzwemmen gaat wonderbaarlijk goed voor de eerste keer. Na een half uur heen-en-weerzwemmen voor de kust, en meer uitleg over de schoolslag is het mooi geweest. Vanavond verder!

 

’s Avonds nog een keer zwemles gegeven, en het gaat steeds makkelijker. Bang is deze man bepaald niet, en zijn enthousiasme doet de rest. Na een paar lessen is het voor mij tijd om verder te gaan, en gaat Modest zelf verder met zwemmen leren. Mooi man!

 

Als ik bij het lokale museum op bezoek ga loop ik op de kopse kant langs een startbaan voor vliegtuigen heen, en laat er nou net een behoorlijk groot vliegtuignaar het begin daarvan taxien…..

 

Ik ga met de camera klaar staan, en wacht af tot die vliegmachien zijn sprint inzet om op te stijgen…. Gauw nog ff gekeken waar ik heen moet duiken als het ding niet van de grond komt…. Want die piloot komt wel erg hard aansjezen met dat ding. En brullen dat kreng! Het is een dubbelmotorige turboprop, de turbines gillen het uit, terwijl de propellors met alle geweld door de lucht ranselenom de kist van de grond te tillen. Plotseling tilt het vliegtuig zijn neus op, en schiet als een raket van de grond. Op ruime hoogtevliegt ‘ie over me heen, en ik moet haast maken met het richten van de camera om een plaatjeboven mijn hoofd te schieten. Zo’n ding maakt toch behoorlijk veel snelheid, als je het van kortbij bekijkt….

 

Ik heb ook nog een band nodig voor de auto, en de campingbaas biedt aan om te helpen… Het klinkt allemaal heel vriendelijk,maar ik had beter kunnen weten…. Ik loop al een paar dagen rond in afrika.

Als er een figuur met de verkeerde band aan komt lopen is de prijs ruim tweemaal zo hoog als tevoren ingeschat, en om het helemaal mooi te maken wordt er ook nog een hoop psychologische druk op me uitgeoefend om deze band toch vooral te kopen….. Het moet niet gekker worden.

Ook de tweede band is geen goede, en bij weigering wordt er wederom het nodige psychologische geweld gebruikt om mij tot betalen te bewegen. Ik heb er maar voor bedankt, ik kijk in Oeganda wel verder naar een band, ik ben het gezeik zat.

 

Wo 13-11-’13

 

Na bijna een week kamperen op het strand in Bokoba is het weer tijd om verder te rijden, op naar Kisoro alwaar het St Francis Hospital wacht. Eindelijk kom ik dan daar aan, waar ik al lang geleden had willen zijn maar door tijdverlies en ziekte het bezoek uit heb moeten stellen.

 

De grensovergang gaat langzaam, en gelukkig er loopt maar een zeurzak rond die met de papieren wil helpen. Niet makkelijk om ‘m af te schudden, maar uiteindelijk blijf ik toch allen over met de Tanzaniaanse douane.

Ze willen in de auto kijken, en als ze alle zooi zien liggen gooien ze de deur gauw weer dicht en worden de stempels gezet. Da’s voor elkaar!

 

In Oeganda zit de boel wat rommeliger in elkaar, en is het meer zoeken geblazen om de juiste gebouwen te vinden voor douane en immigration. Hier nemen de ambtenaren rustig hun tijd, praten meer dan dat ze werken, en na een uur is hetvoor elkaar: Ik mag oeganda in! Vol gas scheur ik de weg op, ik moet nog een stukje vandaag.

De pret duurt niet lang, want er hangt een slagboom over de weg: Douane. Een vrouw sommeert mij mee te komen naar het kantoor, met alle papieren. Het feit dat ik ze net allemaal heb laten zien, gecontroleerd en afgestempeld doet daar niets aan af.

Als ik protesteer tegen de tweede, uitgebreidde controle van mijn papieren, en vraag naar het nut van een dubbele controle op 200 meter afstand van elkaar word de toon van de conversatie anders.

Verongelijkt en schuldbewust zegt de vrouw dat ze alleen mijn rijbewijs wil zien, en dat ik mijn autogegevens in het grote boek moet zetten. Da’s al heel wat anders als alle papieren opnieuw controleren, zeg ik, en vul de gevraagde gegevens in.

Als ik voor de slagboom ga staan is de slagboompiet, na het gediscussieer met de vrouw, niet van plan om deze direkt omhoog te doen. En daar sta je dan, met je goeie gedrag.

 

Gelukkig komt er van de andere kant een dikke Landcruiser aan, met waarschijnlijk een hoge pief. De peif toetert dat het een aard heeft, en steekt z’n kop uit het raam met een boel geschreeuw. En de slagboom gaat omhoog. En ik was slim geweest deze keer. Ik had mijn auto bij het verste punt van de slagboom in de berm geparkeerd. En de slagboompiet moet de slagboom optillen om de hoge piefdoor te laten. Aangezien zijn auto tussen het scharnierpunt van de slagboom, en mijn auto staat gaat de boom hoog genoeg omhoog om er onder door te piepen. Ik ben Oeganda binnen, zonder verdere vertraging!

 

Ik rijd na de grensovergeng zo’n twintig kilometer, alvorens westwaarts af te slaan. Volgens de kaart loopt daar een weggetje, maar de GPS weet nergens van.

De mensen langs de weg ook niet, als ik naar de weg vraag. Ze wijzen allemaal richting Kyotera, maar daar wil ik helemaal niet heen. Da’s omrijden en bovendien niet avontuurlijk genoeg.

Als de zoveelste persoon zich met de handel komt bemoeien, de kaart vastgrijpt en ook weer de weg naar Kyotera begint uit te leggen word ik boos, zeg dat ze allemaal moeten stoppen met praten, d’r oren open moeten zetten en luisteren. Allemaal verschrikte koppen, want dat is wel erg direkt voor afrikanen. Maar dat interesseert me geen reet! Ik heb genoeg antwoorden gehad op vragen die ik helemaal niet gesteld heb, en nou wil k antwoord op de vraag die ik WEL stel.

Namelijk: Wat is de weg richting Rakai? Ik wil graag dat KLEINE weggetje op de kaart rijden! Het is al de derde keer dat ik dat vraag, en deze keer komt de vraag zowaar over: Klein eindje terug rijden, en dan rechtsaf, net voor de markt. Het heeft even geduurd, maar daar gaat ‘ie dan!

Het is een kleine zandweg waar de Landcruiser net op past, dus avontuurlijk zat!En daar kwam ik voor.

 

Aangezien de GPS hier geen weg kent stel ik ‘m in op off-road naar Kabingo, dan geeft ‘ie met een rechte lijn de goede richting aan. Op een gegeven moment gaat de weg helemaal niet de goede kant op, maar de track die de GPS tekent lijkt toch wel erg op het stippellijntje op de kaart. Dan zitten we dus goed, waarschijnlijk…..

Na een paar uur rijden kom ik inderdaad bij Kabingo in de buurt, en kan ik linksaf voor het tweede deel kleine-weg-op-de-kaart. Langs de grens met Tanzania rijd ik steeds verder west tot ik bij de asfaltweg naar Kabale en Kisoro aankom. Het lijkt er op dat ik nog twee uur moet rijden en dan ben ik er…..

 

Het eerste gedeelte blijft dat inderdaad zo lijken, maar dan komen de bergen in zicht.En raakt de gemiddelde snelheid uit zicht. Ook hier zitten we op hoogte, en wordt de Landcruiser al gauw benauwd door net zuurstofgebrek. Roken als een grote, en weinig snelheid dus. Maar wel mooi rijden daar in die bergen. Aangezien de banden nog op zandweg-druk zijn, zo’n twee bar, scheur ik door sommige bochten met piepende banden. Onder toezicht van geschrokken wandelaars langs de weg. Hahaha!

Al met al kom ik na het donker in Kisoro aan, alwaar de zoektocht naar het ziekenhuis begint. Het ziekenhuis ligt eigenlijk in Mutolere, een klein dorp naast Kisoro.

 

Gelukkig kom ik bij de tweede poging in een groentewinkeltje terecht, waar men haarfijn de weg naar het ziekenhuis uit weet te leggen. En die uitleg klopt ook nog, even later sta ik voor de poort naar het ziekenhuis. Alwaar de wachtsmannen tot mijn grote verrassing mijn naam weten te vertellen, en dat ik uit nederland kom. Een van de mannen rijd met me mee naar het huis waar de dokter woont, achter het ziekenhuisterrein.

 

Mevrouw Vierhout kijkt eerst vreemd op als ze de deur open doet, en er een wachtsman staat. Als ze mij ziet staan word het al gauw duidelijk waarom de wachtsman aanklopt.

Allerhartelijkst wordt ik ontvangen door de heer en mevrouw Vierhout, beiden dokters en werkzaam in het st Francis hospital. Er wordt een biertje voor de dag gehaald, gehaktballen met aardappels en groenten opgewarmd, en het bed wordt klaargemaakt. Het gastenverblijf op het hositalterrein komt later wel.

 

We praten wat over de reis, de onverwachte aankomst en het ziekenhuis. De aankomst had ik per mail doorgegeven tussen 10 en 15 november, nogal ruim dus.

Al gauw is het tijd om naar bed te gaan, en ik slaap als een os na een lange, avontuurlijke dag rijden.

 

Do14-11-’13 t/m Ma 25-11-’13

 

Vandaag de eerste dag in het st Francis ziekenhuis in Mutolere. Da’s wel even wat anders als het ziekenhuis in Zutphen, waar ik werk.

Er is hier weinig geld, dat is goed te zien aan de staat van de gebouwen en de inrichting. De gebouwen die er goed uitzien zijn door buitenlandse partijen en stichtingen opgeknapt, ik ben ook namens zo’n stichting hier gekomen om technisch werk aan ziekenhuisapparatuur te doen. Het opleidings- en ervaringsniveau van de lokale medewerkers is dusdanig dat het werken aan de aparatuur, die grotendeels tweedehands uit europa komt, niet makkelijk gedaan kan worden.

 

In de peaceroom van het guesthouse is ruimte om een tijdelijke werkplaats in te richten, en als dat bekend raakt worden er allerhande apparaten binnen gebracht varierend van microscopen, colloscopen tot een UPS van het laboratorium. Erg gevarieerd werk dus, en da’s een mooie uitdaging.

 

Als ik op een gegeven moment een kwastje nodig heb om wat schoon te vegen, en dat aan een van de mannen van het ziekenhuis vraag gaat hij er een regelen. Dat duurt nogal, en net als ik naar buiten wil gaan om te kijken waar hij blijft hoor ik een onwillige koe loeien kort bij de deur…..

De staart van de koe is netjes gewassen, een touwtje er om heen gebonden om de haren bij elkaar te houden, en netjes recht geknipt….. Improviseren kunnen ze hier wel.

 

Het is even wennen aan het idee, maar dan gaat het best wel goed. Als het kreng nou maar niet aan de schijt was geweest…..

 

Er ligt zoveel werk dat ik lange dagen maak van acht uur ’s morgens tot zes uur ’s avonds, en de zaterdag er bij werk. Eigenlijk zou ik een week blijven, maar dat wordt een paar dagen langer. En het is erg gezellig hier met de buitenlandse artsen en verpleegsters, geregeld bij elkaar eten, een biertje drinken en Deadwood, een westernserie, kijken.

Gabriel is een duitse arts die deze serie heeft meegebracht, en me aanmoedigd om de delen die we nog niet gekeken hebben te kopieren naar mijn computer. Later zou ik daar nog veel plezier van hebben…

 

Ma 25-11-’13

 

Het is weer tijd om verder te gaan, op naar het Karoli Lwanga ziekenhuis in Nyakibale. Dit ligt ongeveer twee uur rijden verderop, als je de asfaltweg volgt. Maar dat doen ik lekker niet, ik gaan over de zandpadjes. En dan doe je er acht uur over.

 

De route gaat door het Bwindi impenetrable forest, het ondoordringbare woud dus. Dit is een regenwoud, en dat wil ik graag zien. Je kunt hier ook gorilla’s bezoeken, maar dat kost een paar stuivers en die heb ik op het moment niet over.

 

Onderweg door het bos ga ik geregeld stilstaan,en zet de motor uit om te kunnen horen welke geluiden er allemaal zijn. Het duurt even voor je oren aan de stilte gewend zijn, en dan kun je allerhande vogels en apengeluiden horen in de verte. Mooi man!

Als er een ranger langs de weg loopt en hij om een lift vraagt neem ik ‘m mee. Een prive-gids is altijd welkom. Hij weet het nodige over het Bwindi forest te vertellen, en laat sporen van olifanten zien.

Als er een bekende gorilla gids langs de weg staat gaat hij vragen waar de gorilla’s zijn…. Zou het dan toch nog lukken om er een paar te zien?

Ze zijn te ver weg, die gorilla’s. Een paar uur lopen het bos in. Da’s net te ver voor een lolletje vind ik, en we rijden verder.

 

De hele dag gaat het door de bergen over zandwegen, paadjes en sporen. Als ik denk dat ik er bijna ben rijdt er een graafmachine voor me, en de machinist zegt dat ik met de auto niet over de brug kan. Er wordt een nieuwe brug gebouwd, en over de oude kunnen alleen motoren. Omrijden dus, en ik had er eigenlijk al weer genoeg van voor vandaag. Ik ben moe.

Omrijden betekend in africa gelijk ver rijden, het is zo’n vijfenvijftig kilometer rijden om weer op hetzelfde punt terecht te komen, maar dan aan de andere kant van de rivier.

 

Laat in de middag kom ik bij het ziekenhuis aan, alwaar de contactpersonen gevlogen zijn op een missie in Rwanda. Gelukkig wist de medical super intendent, Fred, dat ik zou komen en hij brengt me naar het gastenhuis.

Daar moet de kamer nog in orde gemaakt worden, het bed staat rechtop tegen de muur, de vloer ligt vol mat rommel en het stinkt als een beer in die kamer. Gelukkig zitten er twee grote ramen in, die open kunnen….

 

Voor eten wordt hier gezorgd, dus ik hoef niet te koken vanvond. Da’s wel lekker want dan kan ik ff rustig gaan zitten en op tijdnaar bed.

 

di 26-11-’13 tot vrijdag 29-11-1’13

 

Fred en de elektricien, Tomson, nemen me mee op een ronde door het ziekenhuis en laten overal kapotte apparaten zien. In eerste instantie lijkt het heel veel werk, maar dat valt gelukkig mee.

De zuurstofconcentrators hebben alleen nieuwe filters nodig, autoclaven nieuwe onderdelen zoals manometers, en weegschalen alleen maar een beetje kruipolie om ze weer op gang te helpen.

De onderdelen moeten besteld worden, ik leg Tomson uit hoe hij ze kan vervangen en hij begrijpt dat wondersnel. Tomson is een jonge gast, ongeveer 23 jaar, en erg leergierig. Zonde dat dit soort mensen geen toegang heeft tot internet, want dan kunnen ze zelf leren door de handboeken van allerhande machines te gaan lezen. De papieren versies raken hier altijd zoek omdat er niemand verantwoordelijk voor is, of omdat de waarde ervan niet begrepen wordt en er slordig mee wordt omgesprongen.

 

Als ik Tomson laat zien hoe hij Google kan gebruiken, en een paar zoektermen invoer en uitleg wat het resultaat is gaat het lampje gelijk weer branden. Deze vent komt er wel, mits niemand hem in de weg gaat staan…. Fred is wel een voorstander van het gebruik van internet door de mensen. Andere mensen houden die macht liever voor zichzelf en zeggen dat ze de handleidingen zullen downloaden en uitprinten. Hopen dat dit ook gedaan gaat worden….

 

Za 30-11-’13

 

Het is weer tijd om verder te gaan. Eerst nog even het rapport bespreken met Claudio, de hospital administrator. Een soort hoofd technische dienst. Eigenlijk zouden we dat gisteren doen, maar hij was erg laat terug van een bespreking en dus hebben we uitgesteld tot zaterdagmorgen.

Het rapport wordt goed ontvangen, er is u duidelijkheid waar gebrek aan is, en bestellingen kunnen gedaan worden. Ook is hij erg blij met de uitleg die ik aan Tomson gegeven heb over de medische apparatuur. Ik heb de indruk dat hij Tomson te laag inschat, zeg dit ook tegen hem, en leg uit hoe ik de afgelopen dagen met hem gewerkt heb en zijn nieuwsgierigheid en mentaliteit ervaren heb. Hopelijk wordt dit ook goed ontvangen….

 

Ik ga lekker weer kamperen, aan de oevers van lake Nabugabo. Het lake Nabugabo holiday centre ligt erg mooi tussen oever en hoger liggend achterland. Hier blijf ik een paar dagen om lekker vakantie te vieren.

 

Op zondag houd ik een deadwood-marathon en kijk alle afleveringen van het derde seizoen. Twaalf afleveringen van vijftig minuten, inclusief drinken en pissen op z’n tijd, duurt gewoon twaalf uur. De computer hangt constant aan de omvormer in de auto om geladen en gaande te blijven. Daar hangt een prijskaartje aan……

 

Ma 2-12-’13

 

Wat ik al vreesde is waar geworden: Er zijn geen 24 Volt huishoudaccu’s meer in de auto, en het verlengsnoer was te kort om de startaccu’s te laden, en dus zijn de startaccu’s leeg getrokken. En start de auto niet meer…..

 

Gelukkig zijn er gisteren een paar Israeliers met hun Landcruiser op de camping komen staan, en die kunnen hulp bieden. Tenminste, als je dat vraagt voordat ze vertrekken…
We staan wat te praten, en zij vragen of ik naar hun auto wil kijken of er reparaties gedaan moeten worden in kampala. We kruipen onder de auto door, er lekt wat olie maar verder niets serieus aan de hand.

Als ze helemaal gepakt en bezakt zijn bedenk ik me dat mijn auto wel eens niet kon starten……

Net op tijd roep ik de mannen na….. En ze komen er aan om mijn auto aan te slepen.

Dat aanslepen valt nog lang niet mee met deze koude dieselmotor, een aangezien ik de tent nog uit heb staan vrees ik langs een boom gesleept te worden. Met alle gevolgen van dien….

Net op tijd slaat de motor aan, en kan ik toeteren en op de rem stampen. Gelukkig wordt het signaal begrepen en stopt de sleepwagen tussen de bomen……. Mijn auto loopt weer, en kan zijn accu’s zelf laden. Uit voorzorg parkeer ik ‘m toch wel zo kort bij het stopcontact dat het verlengsnoer nu wel lang genoeg is, mocht ik de accu’s moeten laden morgenvroeg.

 

Di 3-12-’13

 

Op naar Kampala! Visa aanvragen voor Kenia en Tanzania. Om 5.30 de wekker gezet, zodat ik rond 9.00 in Kampala bij de ambassade kan zijn. Het is ongeveer twee uur en een kwartier rijden, volgens de GPS.

In de praktijk echter gaat het langer duren. Wegwerkzaamheden, slome slakken op de weg en drukte in Kampala maken dat ik pas om 10.00 bij de Keniaanse ambassade aankom. Althans, op het adres waar ze voorheen gevestigd waren. Gelukkig weten de wachtsmannen van de afrikaanse telegraaf waarheen de ambassade vrhuist is. Met een mototrtaxiben ik daar rond 10.30 En daar wacht een verrassing: Het visum is te krijgen aan de grens. In gestrekte draf naar de Tanzaniaanse ambassade dus,en daar het visum aanvragen. Dat scheelt weer een dag wachten. Als het lukt tenminste….

 

In de ambassade zit er niemand bij de receptie, en na een half uur wachten is er nog niemand. Navraag leert dat er een bespreking is, gaat u maar “even” zitten in de wachtkamer.

Dat even duurt zo lang dat ik in de comfortabele stoel in slaap val, en als ik weer wakker wordt is er nog niemand.

Het tijdstip waarop het visumloket sluit is allang voorbij, dus veel hoop dat het vandaag noggaat lukken heb ik niet meer.

Als de bespreking afgelopen is krijg ik een aanvraagformulier, en bij inlevering van het formulier, paspoort en de foto’s de mededeling om morgenmiddag terug te komen om het visum op te halen.

Het moet niet gekker worden! Ik was er op tijd, hunnie zitten te lullen, en dan kan ik de boom in?

 

Daar ben ik het dus niet mee eens, en dat zeg ik ook tegen de dame achter het loket. Enigzins schuldbewust zegt ze dat ik vanmiddag rond drie uur maar terug moet komen om te kijken of het gelukt is met het maken van het visum….. Zal mij benieuwen of het een smoesje is.

 

Drie uur, en geen visum…. Maar wel het verzoek om “even” te gaan zitten wachten. Even, dat duurt hier meestal lang. Maar vandaag is mijn geluksdag! Na zo’n drie kwartier krijg ik m’n paspoort terug. Met visum. Het kan dus wel, als ze maar willen!

Ik heb wel andere verhalen gelezen in de voorbereiding op deze reis. Secretaresses die als machtswellustelingen naar mensen grijnzen, en ze vervolgens drie dagen op een rij wegsturen met allerhand smoezen…..

Het was mijn geluksdag vandaag! Ook in Afika leren ze klantvriendelijkheid.

 

Op naar de Red Chili Campsite, alwaar de Israeliers ook zitten. Eigenlijkzou ik naar de missie gaan, ik was er uitgenodigd door Father Rudi Lehnertz, die meestal de gasten die naar de ziekenhuizen in Mutolere en Nyakibale gaan, opvangt in de eerste nacht na aankomst in Oeganda.

Maar de missie was vol, er is een festival aan de gang in Kampala.

 

Red Chili dus, maar die zitten ook al niet meer op hun oude adres. Een van de wachtsmannen op het oude adres wil me de weg wel wijzen voor 5000 shilling. Maar daar ben ik nooit zo voor. Leg me de weg maar uit, en als ik het te moeilijk vind neem ik je aanbod aan. Ik houd er niet zo van om met de kloten voor het blok te worden gezet, en vervolgens in m’n potemonne gefroemmeld te worden. Ik vind het een normale omgangsvorm om iemand gratis en voor niks de weg te wijzen. En als men dat niet wil wijs ik meestal op de christelijke naastenliefde, de goede daden enzovoorts. Dat helpt meestal voldoende.

 

De uitleg was me toch wat te moeilijk, en na enig onderhandelen neem ik het aanbod van de wachtsman aan om me voor te rijden met de motor. Ik heb geen zin meer aan zoeken vandaag.

 

En koken laat ik ook maar aan de kok over, een overheerlijke pizza voor 13000 shilling, zo’n vier euro.

Om negen uur lig ik in bed, ik ben moe na het vroege opstaan vanmorgen. En deze stad maakt het er volgens mij ook niet beter op. Ik houd niet zo van drukke steden.

 

Wo 4-12-’13

 

Vers van de pers!

 

Vandaag de eerste vaste gegevens over het verschepen van de auto gehoord: 31 december gaat de auto per schip genaamd Emerald Nile op weg naar Rotterdam.

Verdere details volgen nog……

One Comment

  1. pa5ca@chello.nl'

    Hallo Mark…..
    Ik zie dat de site nog ver achterloopt met de huidige datum.. :-( waar zit je nu… ben je alweer in Nederland???
    Wil jullie een goede jaarwisseling wensen en een gezond .. voorspoedig 2014.. Ik kijk uit naar je verhalen… dat zullen er veel zijn…

    Groeten,

    Frans…