Reisverslag deel 13

Zo 27-10-’13

Vandaag Is de dag dat Marieke naar huis gaat. Om 17.20 stijgt de grote vogel op en dan moet ik het weer alleen doen.

Overdag eerst maar eens kalm samen ontbeten, en daarna de boel ingepakt zodat de benodigde spulletjes weer mee naar holland gaan en de onnodige ballast met de auto mee naar huis gaat. Alles ligt zo’n beetje buiten de auto, en als er een troep apen in de buurt komt is het opletten geblazen. Eerst is er nog niet zoveel aan de hand, er zit een oudere aap heel rustig in de boom boven de motorkap. Als ik ga kijken beweegt hij niet veel, in tegenstelling tot de jongere apen uit de troep. Deze vliegen er gelijk vandoor als je te kort in de buurt komt. De ouwe heeft zelfs het lef om met een grote bons een enorme baal op de motorkap neer te kleien. De vliegen ruimen de boel gelukkig snel op, want een half uur later is er bijna niets meer van over, behalve droge stof.

Die ouwe was zijn ballast kwijt,en toen kwam er wel beweging in…. Diverse malen probeert die brutale aap iets te jatten uit een van de dozen die buiten staat, en elke keer zijn we er net op tijd bij. Tot die ene keer….

De lefgozer krijgt een zakje rozijnen te pakken, en racet er de boom mee in. En daar zit ‘ie dan, met z’n grote grijns. Maar dat zullen we hem afleren, dat grijnzen. Met een waterfles probeer ik ‘m nog wat blauws aan te gooien, naast z’n blauwe zak…

Als we een klein waterflesje vullen en gerichter kunnen gooien wordt de grond te heet onder z’n voeten, en gaat ‘ie er snel vandoor. De buit valt naar beneden, en dat was het doel van de oefening. Misdaad loont niet, ook niet voor een aap! Zo, dat zal ‘m leren!

De rozijnen zijn echter aangevreten, dus die eten we zelf maar niet meer op. Je weet nooit wat voor enge ziektes die brutale aap onder de leden heeft immers…

Wel lachen trouwens, dat gehannes met zo’n aapje. Later zal ik leren dat een georganiseerde troep apen minder grappig is. Dit was nog redelijk onschuldig vermaak van beide zijden.

Als alles is ingepakt, en de auto rijklaar gemaakt gaan we op weg naar het vliegveld. Vervuld van gemengde gevoelens stuur ik de auto door de drukke stad heen, het vliegveld ligt aan de andere kant.

Aan de ene kant ben ik blij dat Marieke gaat doen wat ze nodig heeft, aan de andere kant moet ik mijn dromen en verwachtingen opgeven. En dat valt allemaal niet heel erg mee.

Op het vliegveld is de incheckprocedure snel afgehandeld, en gaan we nog wat drinken in het restaurant. De tijd vliegt voorbij, Marieke moet alras door de poorten heen naar de gate. Aangezien het vroeg donker begint te worden ga ik zo snel mogelijk terug naar de camping, de boel moet weer klaargemaakt voor de nacht en er moet nog gekookt worden… En gewend worden aan het weer alleen zijn…

Als ik terug ben op de camping voel ik slap, en bestel maar wat te eten in het restaurant. De TV staat aan, er is engels voetbal op en ik kijk er maar wat naar tot het eten komt.Engels voetbal vind ik altijd wel leuk om te kijken, die lui spelen wat fysieker als in holland. Daar houd ik wel van.

Slapen doe ik wel in de auto, scheelt weer een tent opzetten. En dan kan ik morgenvroeg sneller op weg naar South Luangwa national park. Als mijn visum nog geldig is…

 

Ma 28-10-’13

 

Vanmorgen al vroeg wakker geworden, het is vreemd om weer alleen, en in de auto te liggen. De Tanzaniaanse ambassade is nog lang niet telefonisch bereikbaar dus na het ontbijt ga ik maar wat opruimen en de auto opnieuw netjes inpakken. Dan ben ik in ieder geval klaar om er vandoor te gaan als mijn visum OK is.

Helaas, mijn visum is niet goed, ik moet een nieuwe gaan halen. En betalen. Het feit dat ik op advies van de Tanzaniaanse ambassade in Nairobi een verkeerd visum heb aangevraagd doet daar niets aan af. Weer vijftig dollar over de muur. Gelukkig is het aanvragen van twee visa net zo duur als een multiple-entry visa, dus in totaal nog geen geld verloren maar ik had di kosten liever de vorig keer gehad. Toen zat het jasje nog wat ruimer.

Als ik het terrein van de ambassade oploop kom ik Austin Goodwin tegen, een gepensioneerde pastor uit de USA. Hij is ook op rondreis om, zoals hij het noemt, outreach-werk te doen. Hij wil met name de jongeren graag helpen om hun eigenwaarde te laten zien, en om de out-of-the-box te laten denken en leven. “De kerk doet dit werk niet, zij wil alleen maar mensen in haar eigen kring houden. En dat is meestal niet goed voor die mensen” is een van zijn gevleugelde uitspraken. Na vijfendertig jaar pastor te zijn geweest. Definitely out of the box.

We praten wat, en gaan ieder ons weegs. Maar ik heb het gvoel dat er nog wat te gebeuren staat met ons samen. Maar besteed er geen aandacht aan, ik wil opschieten en dat verrekte visum binnenhengelen.

Maar dat gaat zomaar niet! Ik kom drie dollar tekort om het visum te kunnen betalen, @#$%^&*!

Op naar de bank dus, kilometers verderop in de stad, weer in dat drukke verkeer klootviolen! Niks an!

Maar wie komt daar aanlopen?! Austin Goodwin. En hij wil dollars ruilen tegen zambiaanse kwacha, want heeft geld nodig voor boodschappen. Twee vliegen in een klap!

En hij komt vragen of hij misschien met mij mee kan rijden naar Tanzania. Als ik vertel wat mijn plannen zijn is hij helemaal enthousiast, want het openbare vrvoer reist nou eenmaal niet off-road door het South Luangwa wildpark heen. En dat lijkt hem wel mooi.

Austin is opgegroeid in diverse landen in africa, waar zijn ouders missionarissen waren. De kans om weer midden in de afrikaanse hei terecht te komen laat ‘ie niet lopen!

Het lijkt mij een geschikte peer, dus dat meerijden gaat wel lukken. Als hij ook nog aanbied om de helft van de dieselkosten te betalen ben ik hier heel blij mee, want de schatkist begint akelig leeg te raken deze maand.

Niet langer getreuzeld halen we zijn spullen op bij het pension waar hij verbeleven heeft, gaan inkopen doen, en dan op naar de ambassade. We zijn er een half uur te vroeg, en de visa zijn nog niet klaar. De visumprinter heeft geen inkt meer, dus de visa zijn ook niet op tijd klaar…..

De ambassadeur kom hoogstpersoonlijk verklaren wat er aan de hand is, en dat er een inktpatroon onderweg is. Zo’n drie kwartier later dan gepland zijn de visa klaar, springen we in de auto, en scheuren er vandoor. Kalm an dan he, want het verkeer is nogal druk.

Eenmaal buiten de stad loopt de auto voor geen meter, ook hij heeft er niet zoveel zin meer aan nu Marieke weg is. Ik reset de dagtellers in de GPS om te meten of mijn vermoeden klopt, en de gemiddelde snelheid is na een uur rijden inderdaad lager als de voorgaande dagen. Maar we zitten dan ook weer iets hoger in de bergen, dus met een astmatische dieselmotor onder de kap.

Als we tegen vijf uur een bordje ‘camping’ langs de weg zien stampen we op de rem, racen achteruit en scheuren een zandweg in. Het begint donker te worden, en het is handig om te koken bij zoveel mogelijk daglicht. We komen tercht in een kleine gemeenschap van zo’n vijftien huizen, waar ze op een open ruimte en soort van camping hebben ingericht. Geen hek, geen WC in zicht, geen verlichting, alleen een vlakke plek met een picknick bank. Onderhandelen over de prijs gaat makkelijk, want geen voorzieningen. Voor vijf euro staan we er met z’n tweeen.

Austin gaat aan het koken, terwijl ik de tent opzet en de watertanks ga vullen. Tegelijk zijn we klaar en eten lekkere tomatensoep met een broodje gezouten roomboter.

Na het eten gaan we naar de sterren zitten kijken, en praten wat over ons leven, onze ontmoeting en de verwachting voor het komende natuurpark. We hebben er zin in!

Als we in de tent liggen bedankt Austin me uitvoerig voor de geboden kans om mee te rijden, hij is echt blij. Ik voel me er wat opgelaten mee, natuurlijk wil ik zo’n kans bieden aan een vriendelijk persoon.

Want die indruk maakte hij geloijk op me. Anders had ik ‘m ook niet meegenomen, want ik heb wel andere lifters meegenomen waar je na een half uur al spijt van hebt. En dat ga ik niet meer doen, zo sociaal als het ook voelt in je eentje in zo’n grote en stoere landcruiser.

 

Di 29-10-’13

Vroeg opgestaan, ontbeten en ingepakt. We hebben een lange reis voor de boeg van 545 km. Ik wil proberen om dat vandaag te rijden, om de verloren dag met de visumaanvraag weer in te halen. Zitten en trappen met die bak, dus.

Als Austin in zijn paspoort kijkt blijkt dat hij toestemming heeft om tot de 31e in het land te blijven. En dan zijn we er nog niet uit, we hebben zeker tot de 2e nodig. Dat is een domper op de pret, want als de vergunning niet verlengd kan worden moet Austin via Malawi het land uit, en gaat het samenrijden niet door.

Hopelijk moeten we de stempels niet helemaal gaan halen bij de grens, achter Chipata…. Want dat betekent nog meer kilometers, en het zijn er al zoveel voor een dag.

En de vergunning moet verlengd worden, want Austin heeft al eerder bijna in de gevangenis gezeten omdat zijn vergunning verlopen was….

Gelukkig kunnen ze de vergunning in Chipata verlengen, maar niet zonder slag of stoot. Eerst aan de baas vragen, kan niet voordat de oude vergunning verlopen is, blablabla.

Uiteindelijk komt de baas na de middagpauze niet terug, en zet de secretaresse de benodigde stempels alsnog. Hopende dat het goed gaat aan de grens. Maar dat zien we dan wel weer.

Als we op de Croc Valley camping aankomen hebben we er 625 km op zitten, allemaal over kleine tot middelgrote wegen. Ik heb de hele dag gereden, en ben helemaal total-loss. Zoveel kilometers heb ik in europa op de snelweg nog niet gereden toen ik net onderweg was….

Als een zombie bouw ik de tent op, terwijl Austin het koken doet en de apen in de gaten houdt. Na het eten halen we alle groenten en fruit uit de auto, en brengen ze naar speciale kasten in de bar.

Er is een olifant in de buurt die de auto’s openbreekt, om vervolgens deze dingen op te eten. Er hangt een foto aan de muur, de olifant heeft een soort volkswagen sharan op z’n slagtanden die hij om aan het gooien is……

En dat willen we niet, ook niet met een Toyota Landcruiser van 27 jaar oud.

 

Wo 30-10-’13

Vandaag is de grote dag! Off-road door het South Luangwe national park!

Maar eerst nog zien dat we ons ontbijt binnen krijgen. De apen zitten in een georganiseerde bende op de loer om mee te eten. Als ze dat nou gewoon gevraagd hadden… Dan hadden wij nee kunnen zeggen!

Nu ontaard de hele zaak al gauw in stenen gooien, rondrennende apen en gegapte boterhammen. Inpakken en wegwezen. We eten wel ergens waar die krengen niet op de loer liggen, want het zijn er teveel en ze zijn te goed georganiseerd. Zelfs de hele jonge aapjes zijn al lid van de bende! En bepaald niet bang.

Zoals Austin later zou zeggen: “Those rascals had that thing down for a profession, man!” Beroeps waren het dus.

We zijn al gauwer bij de ingang van het park dan gedacht, en gegeten hebben we nog niet. Als we vragen hoe we dat onderweg moeten doen, en of er speciale picknick sites zijn is het antwoord verrassend: Gewoon een open plek opzoeken, dan kun je de leeuwen wel aan zien komen.

Hier mag je in tegenstelling tot andere wildpaken wel uit je auto stappen. Dus.

Niet dat ik in de andere parken in de auto ben gebleven, want hoe ga je op een snikhete dag genoeg drinken, en piesen terwijl je in de auto moet blijven zitten?!

Om zes uur gaan de poorten los, en we zijn een van de eersten om naar binnen te gaan. Bij de eerste brug is het direct al feest: Laag water en dus honderden nijlpaarden bij elkaar in een klein watergat.

De camera maakt direkt al overuren. Als er een nijlpaard tussen de bomen loopt te schuimen kunnen we ‘m goed bekijken. Die dieren zijn bijna roze onder de waterlijn!

Een eindje verder loopt een jonge giraf zichzelf te vermaken met bokkesprongen en rondrennerij over de weg. Een tweede komt ook meespelen, en we hebben de tijd van ons leven met kijken en fotograferen.

Even verderop ligt een hyena in de zon te bakken, ik dacht al dat ik ze ’s nachts gehoord had.

Als we een open plek vinden gaan we eten, en met de verrekijker ronloeren. Er loopt een familie wrattezwijnen in de buurt te grazen, of eigenlijk liggen ze op hun knieen.

“ They really do pray over their food, don’t they? Really religious animals they are” alsdus de pastor aan boord. Hahaha!

“Pull up closer”, “ And to this site” zeg de boordfotograaf. En dus rij ik de weg af, op naar de wrattenzwijnen. Austin ws vijftig jaar geleden in diverse wildparken, en toen was het nog niet verboden om van het padje af te gaan. Aangezien de ondergrond mooi droog is, en we niks beschadigen zie ik het bezwaar er ook niet van in mits we de zwienen maar niet van de sokken rijden. Er is zelf een heel jong zwientje bij, altijd leuk.

Door een diepe, steile sloot rijden we weer terug naar de plek waar volgens de GPS de weg zou moeten zijn. Meer dan een vaag spoor is het niet, maar da’s des te mooier.

Rond 8.15 zien we twee kudu’s onder de bomen staan, een volwassen en een jong mannetje. De gote kudu gebruikt zijn imposante hoorns als gereedschap om de takken van de bomen naar beneden te buigen, en zo van de jonge blaadjes te kunnen eten. Slimmerik.

We staan dat hele schouwspel al een half uur aan te kijken als de oudere kudu plotseling strak rechtop gaat staan, en helemaal gespannen in de struiken gaat staan loeren….

Even later begint hij te ‘blaffen’, en zichzelf groter te maken. Ligt er concurentie op de loer?

Als hij zenuwachtig heen en weer begint te lopen, en wegrent weten we dat het geen concurrent is. Want dan was hijer weel heen gegaan voor een portie knokken.

We hopen op een leeuw! En……. tadaaaaa! Een leeuwin komt uit de struiken tervoorschijn! Ze krijgt de jongere kudu, welke zich nog niet uit de voeten heeft gemaakt, in het oog en zakt door de poten in sluiphouding……

Gaan we hier getuige zijn van een heuse jachtscene? De jonge kudu ruikt nu ook stront, en zet de sokken er in….

De leeuwin kijkt ‘m na, zet een stap voorwaarts, en…. gaat weer rechtop staan. Te warm, of vannacht nog gegeten. Of een professioneel model, want ze gaat klaarstaan voor de camerashoot, en kijkt rustig in de camera. Als ze er genoeg van heeft sjokt ze rustig de struiken weer in. wij rijden om de struiken heen, maar krijgen haar niet meer te zien in het gele gras. Als we weer terug rijden naar de plaats van de bijna-jachtscene staat er een giraf in de struiken te loeren. Hij oudt de boel goed in de gaten, dus die leeuwin kan nooit ver weg zijn. We wachten nog wat, en rijden dan verder. Er is nog meer te zien!

Geweldige scene, amazing! Dit maakt de dag al helemaal goed, en het is pas 9.15!

We komen in een bosachtige omgeving terecht, hier is het moeilijk wildlife spotten. Langzaam rijden en goed opletten dus. We zien grote grondvogels, zebra’s olifanten en giraffen tussen de bomen.

Dan komen we bij de eerste zandrivier terecht. Voor we de oever afrijden laat ik eerst de druk in de banden zakken tot 1.5 bar, want met 3.5 bar zit je zo vast in los zand. En het is ondertussen heet genoeg geworden om niet te willen gaan graven en duwen aan een gezonken Landcruiser.

Ik was door een zuid afrikaan gewaarschuwd voor deze rievierbeddingen, hij had er een paar jaar geleden veelvuldig vastgezeten. “Hoge snelheid houden, ook al stuiter je de hele auto door” was het devies.

Er ligt gras in de oversteek gegooid om iets meer struktuur in het zand aan te brengen, en samen met de zachtere banden en een behoorlijke snelheid zoeven we naar de overkant. Geen centje pijn!

Het is ondertussen het heetst van de dag, en er zijn weinig dieren te zien in het bos. Het pad loopt al enige tijd tussen de dichte, saaie bebossing door, en om vanavond aan het andere eind van het park ook voldoende tijd te hebben om wild te kijken ga ik wat harder rijden.

Na een tijdje rijden we bijna een grote kudde olifanten van de sokken, ze staan op het randje van de weg te grazen in de bomen. Pas als ze wegrennen zien we ze, gelukkig blijven ze wegrennen. Als we stoppen en terugrijden om foto’s te maken is er eentje die toch wel wat aangebrand is, met zijn oren flappert en zijnslurf omhoog steekt. Tijd om verder te rijden dus, een boze olifant is bepaald geen lollifant.

Als we bij een poel in de rivier aankomen vinden we weer veel nijlpaarden, en deze keer ook krokodillen. We tellen er wel vijftig, en dopen de plaats Croc-Hell in de GPS. We staan op de hoge oever te kijken, hier zijn we wel veilig. Aangezien er genoeg te zien is gaan we hier eten en ondertussen naar de dieren kijken, en een beetje geinen met elkaar. “Vijftig dollar als je naar de overkant springt van beestje tot beestje” en zulke onderbroekenlol. Als het eten op is, en we verder willen gaan maakt Austin nog een paar foto’s. Plotseling onstaat er grote beroering onder de nijlpaarden, en ook de krokodillen maken zich uit de voeten. Da’s mooi te zien op de foto’s. Maar wat het nou was?!

Richting het noorden vande route komen er enkele waterdoorkruisingen aan, en dat baarde me wat zorgen. Ik heb nog nooit door water gewaad met de auto, en een snorkel zit er ook niet op. Hopen dat de rivieren niet al te diep zijn….

De eerste was in ieder geval geen probleem, ook al zat er een krokodil in het water. De rest van de rivieren was ook biina droog, tot we bij de laatste kwamen! Halve meter zandbed, stond er in de GPS. Wat dat nou weer betekent?Daar kwamen we gauw genoeg achter!

 

Deze rivier was bepaald niet droog, smal en ook niet ondiep. In het water waren twee rijsporen gemaakt middels zandzakken, het zandbed dus. Er stonden stokken naast om aan te geven waar de rijsporen liggen. Het water stond niet al te hoog boven de zandzakken, dus waren de sporen goed te zien. Spannend, maar goed te doen. We komen droog en zonder problemen aan de overkant.

Aangezien het nog geen zes uur is slaan we rechtsaf een spoor op, ipv linksaf naar de uitgang. Het is inmiddels koeler geworden en de dieren komen voor de dag om te drinken. We rijden langs de rivier en zien diverse dieren, maar niet de gehoopte leeuwen en buffels. Tot plotseling..

Er een enorme kudde buffels in een drooggevallen zijarm van de rivier staat! We rijden de oever af om dichter bij de buffels te komen, en schieten een mooi beetje foto’s.

Die buffels zitten een stuk steviger in elkaar als koeien, een grotere ribbenkast en veel meer spieren. En ze kijken ook een stuk gevaarlijker.

Deze dieren behoren tot de gevaarlijkste dieren van afrika, die de meeste menselijke slachtoffers maken in toevallige treffens tussen mens en dier. En als ze aangeschoten zijn tijdens de jacht ben je als jager je leven niet zeker in het hoge gras. Via een omweg komt die buffel verhaal halen, een aangezien jij geschoten hebt is ‘ie dan niet vriendelijk…..

Wij houden het bij plaatjes schieten, en als de buffels de struiken intrekken gaan we op weg naar de uitgang. Het word al weer laat.

Bij de uitgang mogen we bij de rangers in het kamp blijven kamperen, want het is al laat om naar de eerstvolgende campingte gaan zoeken. En daar komen we de volgende dag ook wel achter….

’s Nachts wel opletten als we naar de WC gaan, er zijn zo’n vijftig! Leeuwen in de buurt.

 

Do 31-10-’13

De afgelopen dagen zijn erg intensief gweest, en we doen het vanmorgen kalm aan. Uitgebreid ontbijten, met de rangers praten, rondkijken en een antlion uitgraven.

Da’s een beestje die een trechter in de grond graaft, en zelf in een gaatje op de bodem gaat zitten. Als er een mier in de zandtrechter loopt kan deze niet meer snel tegen de wand omhooglopen, en heeft de antlion te eten….

Ik verwachte een soort pier-achtig creatuur, vrij groot. Het was echter een klein beestje, net een soort teek. Daar komen die trechter-achtige gaten in het zand dus vandaan.

We gaan op weg naar Tanzania, en stoppen op het Agricultural Ministry Rest Camp in Mpika, alwaar een kamer net zoveel kost als kamperen. Dan bouwen we de tent ook niet op, als het niets oplevert. En met een beetje onderhandelen over een kapotte televisie krijgen we de kamer ook nog goedkoper. Koken doen we wel op het gras voor de deur, waar de auto net aan de andere kant van het hek staat.

Maar voor we daar zijn….

Als we bij de rangers wegrijden volgen we de weg door het bos, en al gauw rijden we op een rand van de heuvels die zich hier beginnen vormen. Het lijkt er op dat we een vrij hoge bergrug over moeten steken op weg naar de Great North Road. We kijken mooi over het lager liggende land heen, en speuren tussen de bomen door naar wild. Het pad is vrij vlak, en al gauw begint Austin te dommelen, met een koffer op schoot. Hij schommelt rustig heen en weer, met de kin op de borst. De koffer schuift weliswaar heen en weer, maar blijft toch op schoot. Ik rij zo hard als de weg het toelaat, en geregeld moet ik terug de lage gearing en vierwielaandrijving omdat de zandweg steil en glad word.

Mooi rijden dus. Als Austin weer wakker is beginnen we te klimmen om de bergrug over te komen, en hier is weinig zand meer tussen de stenen. Met andere woorden, hier wordt het echt mooi om te rijden, en krijgt de Landcruiser de kand te laten zien wat ‘ie nog allemaal kan met z’n oude botten.

En dat blijkt indrukwekkend…

Geregeld is de “weg” zo steil en rotsachtig dat we in eerste versnelling, lage gearing op handgas omhoog kruipen. Als ik op een gegeven moment op wil schakelen komt het…

Bochtje om en… Daar ligt de rakerhelling waar ik altijd van gedroomd heb! Allemachtig steil, allemachtig rotsachtig en allemachtig betrouwbaar! Austin vind het geen weg, maar lopen is ook te gek.

We beginne de helling op te kruipen, en als deze op z’n steilst is zie ik een grote uitdaging aankomen… En er is geen ontsnappen mogelijk…. Dwars over het pad ligt een steen in de rotswand ingebed, als een 40 centimeter hoge stoeprand. Er omheen rijden is gewoonweg niet mogelijk, terug geen optie en gillen heeft ook geen zin…..

Volgens mij is de opstap met de voorwielen nog wel te doen, maar ik vraag me af of de auto in het midden hoog genoeg is om over deze stoeprand heen te rijden zonder met de bodem vast te lopen…

Zwetende handjes en kreunende dieselmotoren dus, in dit avontuur van dikie dik! De Landcruiser kruipt langzaam naar de stoeprand toe, ik voel hoe de voorwielen de rand zachtjes raken, hoor het toerental van de motor zakken als de auto tegen de rand aanduwt, en de voorwielen zichzelf tegen de rand optrekken…..

De motor kreunt als een grote, en dan stijgt het toerental weer. De vooras is boven, nu de rest nog!

Ik wacht op het schrapende geluid van de bodemplaat op de rots, maar dit blijft gelukkig uit en de auto kruipt gestaag verder met de achteras richtingstoeprand.

Weer voel ik de wielen de rand raken, de motor kreunt als het toerental ver zakt, de voorwielen beginnen te krabben en een van de achterwielen slipt ook door terwijl de achterkant van de auto begint te schudden onder dit rustige, maar sterke geweld.

27 jaar oud, maar voor geen kleintje vervaard kruipt de Landcruiser tegen de stoeprand op, het toerental van de motor stijgt weer en we zijn er bovenop. Wat is zo’n auto ongeloofelijk sterk man! Volgens mij kun je er wel mee tegen een trap oprijden, mits het ding grip houd.

Ik ben gewend om met motoren tegen dergelijke hellingen en stoepranden op te boeksen, en dat gaat veel meer over snelheid houden, en over de stenen heen springen.

En mooi padje is het! We komen een ouder zuid afrikaans echtpaar tegen in een Hilux, en maken even een praatje. Volgens de heer komen er nog een paar uitdagingen aan voor ons.

Wij vertellen op zijn beurt we een paar steile stukken zijn tegengekomen, maar goed te doen.

Toen we bij de uitgang waren hebben we elkaar aangekeken, en gezegd: “Die gasten hebben nog wel even zitten zweten in de auto!” Want het geddelte wat wij al achter de rug hadden was toch een mooi beetje zwaarder dan het stukje na de ontmoeting….

 

Vrij 1-11-’13

We gaan de grens over bij Tunduma, op een van de hoofdwegen vande haven van Dar-Es-Salaam naar Zambia. Veel vrachtverkeer op de weg, en dus een erg drukke grensovergang. Waar totaal niets geregeld is, en dus een enorme chaos.

Om de zaak nog wat mooier te maken barst het hier van de regelneven, die gelijk met z’n allen in onze nek springen. Geld wisselen, begeleiden naar douane, auto bewaken, auto wassen, allerhand onzin waar je op zo’n moment niet op zit te wachten komen ze mee aan.

En NEE vertaalt zich in al die koppen automatisch in “JA, GRAAG en ik heb ook nog een hoop overbodige centen op zak die je gratis mag hebben want ik weet toch niet wat ik er mee moet doen.”

Die rukkers maken het bijna onmogelijk om jezelf te horen denken, laat staan een stap te kunnen zetten in de goede richting.

Gewoon nee blijven zeggen en doorlopen is het devies, maar er zijn enkele bloedzuigers bij die van geen ophouden weten. Als de Zambiaanse procedure gedaan is wil er eentje geld voor de “begeleiding” die hij voor me gedaan heeft. Ik vraag hem of hij bedoelt dat hij geld wil hebben voor elke keer dat ik ‘m aan de kant moest schuiven omdat ‘ie op m’n tenen stond, en in mijn zicht? Het mannetje kijkt verbaasd, dringt aan en weet nog net op tijd een gedeukte Landcruiserdeur te ontwijken. Ome Marc mot d’r langs!

De Tanzaniaanse kant is al geen haar beter, en een paar van dezelfde rukkers als aan de Zambiaanse kant beginnen het hele gezeur weer van voren af aan.

Ook hier weer zo’n vasthoudende eikel die voor je neus blijft staan, waar je doorheen moet lopen om verder te kunnen, en die geld wil hebben.

Maar deze keer ging het anders. Het mannetje werd afgeleid door twee zaken tegelijk te willen doen, dus we konden ongestoord in de auto stappen en er vandoor gaan. Toen het mannetje zag dat we wegreden had ‘ie geen haast, er stond nog een vrachtwagen in de weg en dus kwam ‘ie langzaam achter ons aanlopen. Tot de vrachtwagen begon te bewegen, en ik net door het gaatje tussen de vrachtwagen en het hek heen kon kruipen met ingeklapte spiegels. Toen begon het mannetje wat harder te lopen. En toen begon het mannetje te rennen. En toen gaf ik net genoeg gas om ‘m niet te ontmoedigen, maar net wel genoeg om ‘m voor te blijven.

Toen het mannetje er genoeg van had, en teleurgesteld stopte met rennen heb ik vriendelijk naar ‘m getoeterd.

Dat was ff lekker, om m’n frustraties op die manier te uiten. Hartelijk dank aan het mannetje!

Wij vinden een hotel aan de straat, voor weinig. We besluiten hier te blijven, zijn we ook een keer op tijd binnen.

Austin gaat op zoek naar een bus die naar Dar-Es-Salaam rijdt, ik ga geld pinnen bij de bank en op zoek naar diesel voor de auto. We hebben besloten om de volgende dag gelij verder te gaan, het is hier zo vreselijk druk, niet leuk meer.

’s avonds halen we de reserveband maar van het dak van de auto af, aangezien deze niet op slot zit….

Achter de receptie kijkt men raar op als ik de band er langs rol, maar zegt verder niets.

 

Za 2-11-’13

Zambia en Tanzania, daar zit een uur tijdverschil tussen. En dat moet je maar weten, anders mis je de bus…

Als ik wakker word stop ik een tanzaniaanse SIM kaart in m’n telefoon, en de klok springt direkt een uur vooruit. Austin ziet dit ook, en schrikt zich een hoedje.

Samen ontbijten is er niet meer bij, tandenpoetsen voor mij ook niet. Inpakken en wegwezen!

Mijn spullen staan op de kamer, dus is r gelukkig ruinte genoeg om Austin’s spullen achter in de auto te gooien, de auto aan te trappen en volgas de weg op te scheuren! Het busstation is onder aan de helling, en we zijn rijkelijk laat!

De tuktuk’s, welke normaal gesproken niet aan de kant gaan, hebben in de gaten dat ik echt niet van plan ben om te remmen en vliegen links en rechts aan de kant. Getoeter alom, en boze gezichten, maar daar heb ik schijt aan. Oprotten met die handel, we hebben haast.

Bij het busstation flikkeren we de Landcruiser midden op de straat neer, voor het ding helemaal stilstaat zijn we er al uit en rukken de koffers van Austin voor de dag.

300.000 negers die allemaal in de weg lopen, allemaal willen ‘helpen’, allemaal centjes willen of bagage voor niets. Doorstampen, de auto redt zichzelf wel, en om je heen grommen naar alle grijpgrage handjes. De bus heeft zijn vrachtruim al dicht, en de chauffeur moppert dat ‘ie ze weer los moet maken en dat we te laat zijn.

Ik vertel hem van de zambiaanse SIMkaart en het uur tijdsverschil, gelijk begint er een eikel aan m’n kop te zeuren dat ik de auto in moet klaren voor Zambia, en voor het eerst begrijp ik wat ik moet doen: Niet reageren en mijn eigen ding doen. Ook als ze aan je shirt trekken.

Austin is al in de bus, en ik heb zijn bagage onderin gegooid. Over het hoofd van de regelneef van de bus nemen we afscheid, en ik ga mijn auto van de weg af halen. Er is een redelijke opstopping ontstaan, maar niemand die er mee zit. Net op tijd!

Eigenlijk vind ik het wel jammer dat we direkt afscheid hebben genomen, een dag samen in Tunduma was leuker geweest, om het hele avontuur nog eens na te beschouwen.

Nou ja, da’s weer een les voor de volgende keer.

Ik vertrek richting Katavi national park,en maak ’s avonds een wildkamp in de heuvels tussen Kinani en Mkunde. Het is alweer even geleden sinds ik wildgekampeerd heb,en dat is altijd wel weer spannend.

Er komen wat mensen langs lopen,maar dat lijkt me geen probleem.

 

Zo 3-11-’13

Vandaag rustig aan gedaan en verder gereden richting Katavi. Ik ben nog wat moe van de laatste dagen, en stop vroeg in de middag op een soort weiland, onder de bomen. Even lekker een middagje rustig aan doen…… Tot ik de auto iets moet verplaatsen, en deze bijna niet start. Als ik de acu’s controleer zie ik er geen vloeistof in staan, en als ikde laadspanning meet staat deze op 30 volt. De accu’s zijn dus drooggekookt, en da’s helemaal niet mooi.

Ik vul ze weer bij met water, en er gaat heel wat water in. Dat word rijden dus, om de accu’s weer op te laden. Inpakken maar weer, het is gedaan met de rust.

Ik vertrouw de accu’s niet helemaal, dus ik rijdt een heel stuk terug alwaar ik de auto boven aan een helling neer kan zetten. Mochten de accu’s overleden zijn dan kan ik de auto in ieder geval starten door  ‘m van de helling af te laten lopen…..

De uitdagingen blijven zich opstapelen de laatste tijd: lekke banden, omvormer stopt er mee, kooktoestel hapert, en nu de accu’s weer.

 

Ma 4-11-’13

De auto start gewoon, dus dat is al een goed begin. In het Katavi national park rijd ik op de doorgaande weg, en kijk links en rechts of er wild te zien is. Dat is er wel, maar niet erg veel.

Als er op de GPS een karrepad door het park verschijnt stuur ik hier heen om eens te gaan kijken, en bingo! Bij een opgedroogde rivier veel nijlpaarden, en gruwelijk vette krokodillen. Een meter breed en ze, zeven meter lang! Zo groot heb ik ze nog niet gezien!

En de nijlpaarden hebben jongen, die had ik ook nog niet gezien. De nijlpaarden en krokodillen moeten concureren om de overgebleven ruimte, en dat gaat rustig, maar toch stevig. De nijlpaarden lijken me de baas. Het is een geknor en gerommel van jewelste daar in die modderplas, mooi om te zien en te horen.

Als ik het park weer uit rijd over een brug weet ik niet wat ik zie: De hele rivier, to zover als je kunt kijken, vol met nijlpaarden. Honderden! Je ziet het water er niet eens meer tussen zitten, zo dicht op elkaar gepakt liggen ze!

Als ik Mpanda uit rijdt wordt ik aanghouden door politie in een roadblock. Het voorraam heeft ‘enkele’ barstjes, en daar krijg ik een bekeuring voor. Maar daar heb ik geen zin aan! Ik moet de auto iets verderop in de schaduw zetten, terwijl de jut zijn schrijfblok ophaald. Dit hbe ik in Nairobi al een keer meegemaakt, en nu handel ik er wel naar: In de spiegels kijken of ze een auto hebben, zo neen: Gas erop en wegwezen.

Dus ik gas erop en wegwezen! Ik kijk in de spiegel, en zie dat ik een complete landrover over het hoofd heb gezien…..

Nou ja, de juut maakt nog geen haast om er in te stappen, dus rijdt ik maar door. Zie maar dat je me te pakken krijgt. Ik heb ‘m gelukkig niet meer gezien….

Een eindje verderop heb ik de auto in het bos gezet, op een kaalgekapte plek. Dit is het kamp voor vandaag, mooi man! En hier zal de juut wel niet zoeken. Allen hopen dat er niet nog een roadblock volgt, en dat ze contact met elkaar hebben

 

 

Di 5-11-’13

In kasulu neem ik een pension, ik ben vroeg in de middag over en er is geen camping in de buurt. Ik moet de accu’s laden van GPS, telefoon en computer. Mijn omvormer doet het al twee dagen niet meer en ik heb nog geen tijd genomen om er naar te kijken.

Als ik een uiltje heb geknapt ga ik op zoek naar een garage om het zuurgehalte van de accu’s te laten controleren. De auto start niet meer zonder hulp vande huishoudaccu’s.

Als ik een werkplaats heb gevonden spreekt men er allen maar swahili, en als ik aanwijs wat ik bedoel en het geluid vaneen slecht startende auto nadoe lijkt de monteur het te begrijpen. Ik teken een zuurweger in de lucht, die hebben ze niet. De monteur begint heel intelligent naar de brandstofpomp te kijken en te wijzen, en met een collega te praten. Ik zeg dat het niet aan de brandstofpomp ligt, maar aan de accu’s en vertel nogmaals het waterbijvulverhaal enz.

De monteur heeft ondertussen de pompstang van de opvoerpomp losgedraaid, waar je normaal gesproken de filters mee ontlucht, en snapt niet waarom hetding niet meer naar beneden wil. Ik denk bij mezelf: Kalm an, komt vast goed, alleen doen ze er wat langer over dan jij.

Als de monteur met twee handen en een bult geweld op de pompstang begint te douwen vind ik het zat, schuif’m aan de kant, pak gereedschap en laat zien hou je dat nou eigenlijk doet. Er gaat geen lampje  branden bij de man, en ik denk: Wegwezen, wordt niks hier. Als er nog een iemand bij komt staan die engels spreekt, en me uit begint te lachen omdat “er geen water in accu’s zit” is voor mij de maat vol. ik moet er wel om lachen, en als ik de man uitleg wat er in accu’s zit, nl een mengesle van water en zwavelzuur, wordt er wederom gelachen. Battry acid, dat zit er volgens de man in accu’s. En laat dat nou net een mengsel van: Jawel! Water en zwavelzuur zijn! LTS elektrotechniek meneer, daar leer je dat.

Ik gooi de motorkap dicht, en vraag naar accuzuur. Verderop in de straat zit een winkel waar ze die zooi verkopen.

Ik gooi de accu’s wel leeg, en probeer het met nieuw zuur te redden aangezien er geen zuurweger te bekennen is…

 

Wo 6-11-’13

Als ik de asfaltweg op draai zie ik een wegwijzer: Bukobwe, rechtsaf. En dus ga ik rechtsaf want ik wil immers naar buko-nogwat.

Direkt zit ik in een roadblock, ik denk nog: “omdraaien en wegwezen” maar doe het niet. Ik moet toch die kant op. Dacht ik.

De pineut dus, deze keer wel een bekeuring. 30.000 Tsh, 12-15 euro lichter. Als ik een eindje verderop stop om mijn banden weer op druk te brengen heb ik tijd zat, en zet de GPS aan. Volgens de GPS moet ik de andere kant op…..

Als ik weer bij dat roadblock kom zie ik dezelfde politieman weer, en die kijkt raar. Ik vraag of er aan de andere kant ook een roadblock is, en dat is er niet…… 30.000 Tsh over de balk dus.

Balend rijdt ik door, en inderdaad geen roadblock. Ook verderop geen problemen met de politie, ondanks het gebarsten raam.

Ik moet toch eens sneller leren reageren op die invallende gedachten, want dan was ik in een keer de goede kant op gereden, en had wat centen bespaart

Bukoba, want daar wil ik heen ipv Bukobwe, is nog 230 km rijden. En het is al 13.00. onderweg maar weer kijken voor een bushcamp dus.

Aangezien de GPS veelvuldig spreekt over gewapend escorte en gewapend konvooi lijkt het me beter om door te rijden, en dus stamp ik door naar Bukobwe en val neer op de camping op het strand. Eten doe ik wel in het restaurant, ik heb het gehad.

Eerst maar eens eenpaar dagen vakantie vieren hier, en dan ga ik wel verder naar Oeganda alwaar de ziekenhuizen wachten!

6 Comments

  1. bretmen.mb@gmail.com'

    Hoi Schatje,

    Zet hem op weer alleen door Afrika cruisen. Ik zie je graag

    Liefs Marieke

  2. portier.r@hotmail.nl'

    Ha die Mark, heb weer volop genoten van dit reisverslag. Lees aan het einde dat je richting Oeganda gaat, dan komen wij weer aardig bij elkaar in de buurt. Ik zit nu in Marsabit, Kenia. Ben net 3 dagen geleden vanuit Ethiopie over de befaamde Moyale route hier naar toe gereden. Zat maar 1 keer ECHT vast, ze moesten mij met 2 auto’s tegelijk uit de blubber trekken.

    Blijf nog zeker 2 maanden in Kenia hangen maar het zal waarschijnlijk ook wel weer verlengen worden hier. Ik neem aan dat jij om te verschepen ook weer ergens naar Kenia komt voor Mombassa?

    Zou het erg leuk vinden om je weer te treffen en eens lekker bij te kletsen onder het genot van een biertje (of 2 of 3). Hier is mijn keniaanse telefoonnummer, mocht je ook naar Kenia komen bel mij dan!! 0716721280.

    en dan ga ik nu ff kijken of reisverslag deel 11 EINDELIJK op je site staat, dan lees ik die ook nog uit.

    Heel veel plezier de komende tijd!!!

    Groeten, Richard.

  3. j.lankhaar@bnmotoren.nl'

    Hallo Marc,

    Heel gaaf dat het je lukt om zo’n mooi verslag te schrijven van al je extreme belevenissen in zo’n andere wereld!

    Ik lees het met heel veel belangstelling en voel de spanning mee. Knap dat de Toyota het zo goed houdt. Bij de beschrijving van de technische problemen ruik ik de koelvloeistof, voel de remolie in de handen en check m’n broek op gaten van de accuzuur. :-) ….

    Knap balen van de Malaria, de reus geveld.. Voel je je vast echt ellendig. Maar ook dt overwonnen.

    Ik hoop niet dat je spanningsregelaar van de dynamo stuk is gezien de droge accu’s. Ik neem aan dat je geen reserve bij je hebt…

    Ik blijf je volgen en veel succes bij het bezoek van de ziekenhuizen. Ik neem aan dat je wel ff de nsa’s checkt…

    Groet, Jaap

  4. truus.bretveld@hetnet.nl'

    Hallo Marc.Ik heb net je uitgebreide verslag gelezen.Wat een belevenissen en heel veel spannende dingen.Wat fijn dat je na het vertrek van Marieke zo snel iemand tegenkwam , die met jou een paar dagen meewilde trekken.Inmiddels ben je weer alleen, we wensen jou voor het laatste gedeelte van je trektocht ,nog heel veel mooie en leuke belevenissen en niet teveel pech met de auto.

  5. elisabethcolenbrander@hotmail.com'

    Hallo Marc,
    Tjonge ik geniet van je reisverslagen, mooi dat dit kan. Vandaag je Vader en Moeder gesproken, deze vertelde dat je nu werkzaam bent in het ziekenhuis, en je met open armen onthaald bent, de verslagen hierover hoop ik nog te volgen. Zelf ga ik over 14 dagen weer voor 2 maand naar India, om aldaar met een stagaire aan het werk te gaan.
    Ik wens je nog heel veel nieuwe indrukken toe, alvorens je weer naar Nederland afreist.
    veel liefs.

  6. henk.ebbink@hetnet.nl'

    Hallo Mark,

    Het is alweer een hele tijd geleden, dat je dit kleine bekrompen, maar toch fijne dorp in de wereld hebt verlaten. Toch moet ik toegeven, dat de mooie en pakkende verhalen en foto’s een gezonde jalouzie bij mij opwekken. Kerel wat jij allemaal meemaakt in een dergelijke relatieve korte periode, is van onschatbare waarde. Dit is een levenservaring die je nooit zult vergeten, geweldig. Ook ben ik me ervan bewust dat het niet alleen maar plezier en zonneschijn is, maar dat weet je goed te verbergen. Ook je positieve instelling helpt natuurlijk bij de situaties die je in dit soort landen nooit onder controle zult krijgen.
    Ik kan je verzekeren dat wij het dagboek met veel plezier en respect lezen en hopen dat de laatste weken je nog heel veel plezier gaan geven.

    Groetjes vanuit Brummen,

    Henk en Cuny