Op de evenaar.....

reisverslag deel 10

 

Wo 21-08-’13

Al het geraspel op die keien langs lake Turkana heeft het nodige geëist van de banden, en de linker achterband loopt langzaam leeg. Als ik het wiel in samenwerking met een paar jongens van de camping demonteer en de band met een mengsel van water en zeep afsop blijkt al gauw wat er aan de hand is: De banden zijn al wat ouder en met alle spanning die op het rubber komt onder het rijden onstaan er volgens mij haarscheurtjes in de band. De band raakt dus poreus, en heeft zo’n twaalf kleine lekjes.

platte geknald...

De vijf grootst lekjes repareer ik met de welbekende proppen, zodat het leeglopen van de band enigszins vertraagd word. Dan kan ik de band, naar goed afrikaans gebruik, toch nog tot op de draad verslijten, zonder hem al te vaak op te moeten pompen. Dacht ik.

Eenmaal onderweg houd ik de band goed in de gaten, en hij lijkt het goed te houden. De weg gaat over een ongelukkig stuk keienpad tussen xxxx en Maralal. De banden zijn nog op een lage spanning om een gedeelte van de klappen op de keien weg te dempen, en dit gaat allemaal goed tot ik in de bergen kom bij de uitkijkpost van Poror. Als ik weer van de berg af naar beneden gallopeer begint de auto met de kont te gooien in de rechterbochten. De linkerachterband is hier schuldig aan, deze wordt zachter en zachter. Maar ik denk: “verrek maar mooi, ik ben bijna op de camping en dan pomp ik je wel weer op!”.

Als ik bijna beneden ben is er echt niet meer met de auto te rijden, en moet de compressor er toch aan te pas komen. De band heeft nog 0.8 bar druk. Goed om de auto uit het zand te krijgen in de woestijn, maar op deze weg toch echt te zacht. Ik denk bij mezelf: “die band is zo poreus als een mandje, daar moet een binnenband in.” Maar dat zal later blijken.

Als ik de band aan het oppompen ben stopt er een motor, en die begint met een fietspomp te prutsen om zijn achterband op te pompen. De fietspomp werkt niet best, en ik wenk de bestuurder en biedt hem de luchtslang aan. Daar maakt hij graag gebruik van. Als er een tweede motor voorbij komt lijk ik wel en mobiele bandenwerkplaats, het word tijd dat ik hier weg kom want het stikt op de weg van de motoren met lekke banden.

De banden worden hier helemaal opgesleten, en als de bestuurder genoeg heeft van al te vaak banden plakken word er een nieuwe band aangeschaft. Want op = op.

Als ik het dorp in rijd en de auto parkeer lijkt de band al weer zacht te worden. Als ik terug kom van het boodschappen doen is het ding zo plat als maar kan, dus oppompen heeft geen zin meer. Ik kom er niet onderuit om ter plaatse het wiel te wisselen voor het reservewiel. En dat wordt weer een avontuur op zich.

In South Horr was ik er al achter dat de airjack, een opblaasbare skippybal die de auto op kan tillen, lek is. De airjack houd de auto niet lang omhoog omdat hij leeg loopt, maar een wiel verwisselen lukt nog wel. Dacht ik.

Als ik de airjack onder de auto leg, en hem via de uitlaat van de auto opblaas blijkt de lekkage toch groter geworden dan voorheen. De auto zakt nu zo snel naar beneden dat een wiel wisselen niet meer lukt.

Als ik de airjack voor de tweede keer op druk breng, en de auto met twee wielen van de grond af komt breekt de trechter, welke ik op de uitlaat moet drukken om de airjack op te blazen, af en komen alle uitlaatgassen in één stoot uit de uitlaat. Inclusief alle roet welke onderweg opgezameld is in de pijp. Zie de foto voor het resultaat, het is ene zwarte bende!

De highjack moet er dus aan te pas komen om de auto omhoog te houden en het wiel te wisselen. Dat kreng ligt op het dak, half onder het reservewiel en aan de ketting. Een hoop werk dus om ‘m naar beneden te krijgen.

Eenmaal beneden is het klusje zo geklaard, en kan ik naar de camping rijden. Dacht ik.

Om de hoek van de parkeerplaats zit een bandenreparatiebedrijfje, en een van de mannetjes die er werkt komt bij me kijken hoe het gaat. Aangezien de lekke band plat blijft biedt hij aan om de band op te pompen zodat ik ‘m later makkelijker kan repareren. En toen begon de ellende. Als men je hier in afrika iets aanbied zit er altijd een addertje onder het gras. En meestal een boa constrictor. Opletten dus. Maar als je moe bent lukt dat meestal niet goed, en voor je het weet willen ze je in de tang nemen.

Ik heb de man al driemaal uitgelegd hoe de band er aan toe is, maar hij staat er op de band op spanning te brengen tot de vulautomaat “piep” zegt. 3.5 bar dus. Met die vulautomaten duurt dat een eeuwigheid, dus als de band weer rond is vraag ik de man te stoppen met vullen want ik wil naar de camping. Maar dat is aan dovemansoren gericht. Stug doorvullen tot “piep”. Waarna de band vervolgens net zo hard weer leegloopt. Volledig nutteloze oefening dus, en daar houd ik op zijn zachtst gezegd niet van. Afrikanen wel. Die hebben de hele dag toch niet veel te doen.

De man gedraagt zich alsof de tent van hem is, maar ik vertrouw de zaak niet helemaal. Als hij ook nog eens 200 ksh durft te vragen ( zo’n 2 euro ) voor dat kleine beetje werk heb ik er genoeg van, en vraag naar de baas van het bandenbedrijf. Hij zegt brutaal dat hij dat is, en aangezien de rest druk is met opruimen aan het einde van de werkdag komt er geen duidelijkheid wie de baas is, en over de prijzen gaat.

Ik weiger botweg geld te betalen voor zo’n kleine servicehandeling, die ook nog eens te lang duurt en zinloos is, te betalen. En volgens mij betalen de andere klanten ook niets als ze hun banden op komen blazen.

Toen was het schaop dus aan ’t drieten, ( stront aan de knikker ) want de leugenaar zag zijn 200 shilling aan z’n neus voorbij gaan. Na een hoop geëmmer heb ik ‘m 50 shilling gegeven om van het gezeik af te zijn, en mijn eigen weg te kunnen gaan.

De volgende dag ben ik weer terug geweest bij het pompstation, en wat denk je? De leugenaar is nergens te zien, en een ander is de baas van de bandenreparatiefirma. Het blijft opletten hier.

Dit soort akkefietjes van hulp aanbieden, en er vervolgens schaamteloos teveel geld voor vragen heb ik nu al te vaak meegemaakt. De standaardreactie bestaat nu uit: deur dichtgooien midden in z’n gezicht, en indien er toch een goede bedoeling achter zit uitleggen waarom de deur dichtgegooid word. Uitleg is niet vaak vereist…..

Het hoogtepunt van deze praktijk maak ik de volgende dag mee: ik ben op zoek naar een supermarkt, wimpel een stuk of drie “friends” af en als ik door de vierde wordt aangesproken trap ik er toch weer in: Ik stel de vraag waar is de supermarkt? De jonge vrouw loopt maar liefst 220 CENTImeter met me mee, en we staan in de supermarkt. Ik stond dus al praktisch in de deur.

Vervolgens durft dat mens ook nog om geld te vragen! Ik val zowat steil achterover van verbazing, en het duurt even voor ik weer rechtop sta. Als ik vervolgens botweg weiger te betalen heeft die gore snol nog het lef in d’r flikker om boos te worden ook, en support te zoeken bij het supermarktpersoneel. Dat personeel houdt zich wijselijk op de vlakte, heeft al snel gezien dat ik echt kwaad ben.

De snol haalt het zelfs in d’r hoofd om nog een keer of vijf voor m’n neus te gaan staan, en om geld te vragen, voordat ze door heeft dat dat feestje echt niet door gaat. Eindelijk druipt ze af, en kan ik ongestoord boodschappen doen.

Volgende keer als me hulp word aangeboden maar beleefd weigeren, en als het echt niet anders kan op voorhand over geld praten. Dan weet ik waar ik aan toe ben. Naar later zal blijken houden afrikanen niet van dat soort duidelijkheid. Maar ik wel, en het gaat toch gebeuren!

Maralal is een avontuur op zich. De rotondes in de straten hebben gaten, daar wordt je bang van. Het is maar goed dat ik met de Landcruiserclub op een cursus terreinrijden ben geweest, anders had ik hier niet in de stad durven rijden. Allemachtig wat een gaten! En wat een modder op sommige plekken.

Als ik bij een winkel een BF goodrich band buiten zie staan ga ik even kijken of het een goede is voor mijn auto, dan kan de poreuze band weg. De maat is niet goed, maar de jongens van de winkel weten nog wel meer banden, en gaan op zoek naar de goede maat. Die wordt niet gevonden, maar als ik morgen langskom dan hebben ze er wel een. Het feit dat ik al drie keer uitgelegd heb dat ik niet echt een band nodig heb, en er alleen een ga kopen als ik ‘m voor weinig op de kop kan tikken, doet aan alle ijver niets af.

Als ik later op de middag door de straten van Marala loop te parlevinken, kom ik twee van die gasten weer tegen, ze hebben een band gevonden. Zij boden een band aan voor 4000 shilling, zon 40 euro. We gaan naar een bandenreparatieshop, de baas kijkt mij aan, de prijs gaat van zwart naar wit, en hij vraagt schaamteloos 12000 shilling voor een versleten band. Bijna 120 euro!

En kijkt vervolgens ook nog raar als ik met m’n kop schud en wegloop. “We zijn hier in Kenia, daar moet je afdingen.” Nou, als de prijzen zo belachelijk liggen begin ik daar niet eens aan. Als vanzelf zakt de prijs naar 9000 shilling. Ook daar begin ik niet eens aan. De baas raakt gefrustreerd, en vraagt me om een bod te doen. Ik leg hem uit wat zo’n band in nederland kost, en dat je voor dat geld 15 mm profiel krijgt, waarvan je er 13 mag verslijten. En dat de prijs in mijn ogen dus zo- en zoveel per millimeter profiel is. En doe hem een gepast bod van 500 shilling. Waarop zijn ogen vervolgens bijna uit hun kassen springen. Want dat was niet normaal!

Dat was zijn vraagprijs ook niet, maar dat is allang weer vergeten. Na enig gesteggel loop ik maar weg, dit leid nergens toe. Baassie is boos, ziet centjes wegvliegen. Maar daar heb ik niks mee, ajuu paraplu! Ome Marc wordt niet genaaid vandaag!

De twee mannetjes die het contact hebben geregeld snappen me precies, de vraagprijs leek helemaal nergens op. Later op de dag kan ik de band krijgen voor 6500 shilling, maar ik heb er geen zin meer aan. Ik frot wel een binnenband in mijn eigen band, en houdt mijn ogen wel open naar een andere tweedehands band. Tweedehands is wel een goede optie om mijn banden te vervangen als ze op zijn, als ik mooie tegenkom onderweg gooi ik ze wel op het dak. Mits de prijs…..

Als ik mijn eigen band ga plakken op de camping komen er drie jonge gastjes aan, die eerst toekijken, en me dan spontaan beginnen te helpen als ik een derde hand nodig heb. Ze spreken een weinig engels, en als ik uitleg wat ik aan het doen ben verstaan ze het niet maar kan ik zien dat ze het toch begrijpen.

Highjack erbij gehaald om de band van de velg te drukken. Velg en band goed schoongemaakt en de buitenband geïnspecteerd op scherpe voorwerpen, zodat de boinnenband niet meteen weer elk raakt als hij word opgepompt. En daar zit íe dan: Een spijker! Daarom liep de band zo hard leeg toen ik eergisteren van de berg af kwam zeilen. Een legitieme lekkage, en geen poreuziteiten!

Aangezien ik de band nou toch van de velg af heb frot ik er toch maar een binnenband in, dan is de poreuziteit meteen opgelost. Als je die spijker uit de buitenband trekt!

Binnenbandje insmeren met talkpoeder om ‘m lekker te laten glijden in de buitenband, iets oppompen, in de buitenband frotten, ventiel door het gat en een ventielmoer er op, buitenband op de velg drukken en het leed is geleden. Ondertussen uitleggen aan de jongetjes wat ik allemaal doe, en waarvoor, en hopen dat ze er iets van mee krijgen. Ze letten in ieder geval wel goed op.

Oppompen, en op de reservewielsteun met dat wiel. Eerst zien of de band op spanning blijft, en dan onder de auto er mee.

Do 22-08-’13

Vanmorgen heb ik even staan praten met twee spaanse mensen, die zijn ook op safari met een gehuurde Landcruiser. Als we het over de GPS hebben zegt de man dat de kaarten van Garmin erg grof zijn, en dat hij geen andere kaarten kon vinden op internet.

Nou, daar weet ik wel wat op, want ik heb een laptop en kaarten van tracks for africa die in Garmin-formaat zijn. Als we proberen om verbinding tussen de laptop en zijn GPSproberen te maken gaat dat wonderwel, de computer herkent het ding meteen. Kaartje van Kenia selecteren, laden en hop! Gaan met die banaan. Er zit echt veel verschil tussen de basiskaarten en de meer gedetailleerde kaarten. Zelfs de zoekfunctie voor het vinden van steden, interessante plaatsen enz. werkt als een trein.

Carlos en Maria willen vandaag naar Isiolo escarpment rijden, er is daar en uitzichtpunt en een mooie omgeving om te wandelen. De GPS laat de weg mooi zien. Maar dat gaat toch anders uitpakken….

Wat de GPS niet laat zien zijn de moddergaten waar je in vast kunt rijden. En dat lukt vervolgens prima.

Gelukkig komt er na enige tijd hulp aan in de vorm van mensen op de fiets, te voet en per ezel. Met vereende krachten wordt hun auto uit de modder getrokken, en wordt er helaas niet gewandeld vandaag. ’s Avonds wordt ik uitgenodigd voor het diner, en wordt het hele verhaal smakelijk verteld.

Vrij 23-08-’13

Vandaag weer verder gereden richting Nanyuki, via een weggetje welke Carlos en Maria adviseerden. Er is daar veel wildlife naast de weg te zien. En dat heb ik gezien! In ieder geval zie ik al snel een paar olifantendrollen, allemachtig wat en dingen! Mijn maat 44 valt er bijna bij in het niets. Ik ben blij dat ik die dingen niet hoef te kleien. Olifanten, zebra’s, giraffen, gazellen in alle soorten en maten, wrattenzwijnen en de hele mikmak. Allemaal voor niets.

De weg loopt op een gegeven moment over het terrein van diverse ranches, en hier en daar is er een afrastering te zien. Dat geeft toch wel heel duidelijk aan dat ik weer in de bewoonde wereld aangekomen ben.

Verderop heeft het geregend, en er staat erg veel water op de weg. Gelukkig is de ondergrond hard genoeg om er door te rijden. Als ik uit het raam kijk staat het water tegen de sidebars aan, bijna aan de onderrand van de deuren. Ik heb enigszins verhoogde vering op de auto zitten, dus da’s best wel diep. Als ik na de laatste plas een busje midden op de weg zie staan besef ik dat ik niet moet mekkeren, die busjes rijden er ook gewoon doorheen! En deze staat vervolgens stil…..

Het busje is van het openbare vervoer, en er zitten allemaal mensen in de berm. Ongelofelijk hoeveel volk er in een toyota hiace past! De motor start niet meer waarschijnlijk een elektrisch probleem na al dat water. De chauffeur vraagt of ik er verstand van heb, en de boel kan repareren…..

Reparatie gaat lang duren, en daar heb ik helemaal geen zin in, dus ik zeg maar nee…..

Maar ik kan de hele handel wel naar het volgende dorp slepen. Ik ben tenslotte geen onmens. Eerst proberen we nog om het busje aan te slepen, maar dat mag helaas niet baten.

Allemaal weer instappen, en achter de landcruiser aan op weg naar het volgende dorp. Het is ongeveer 20 km, en met 40 km/h kan de auto het busje makkelijk trekken. Ik heb geen zin om de koppeling er uit te branden bij een hogere snelheid. Een half uur langzaamaan dus. Als ik in de spiegel kijk zie ik het busje behoorlijk stuiteren door de gaten, maar volgens mij kan het best zo. Ik heb het voor de sleepreis begon niet met de chauffeur gehad over de snelheid die hij normaal gesproken rijdt over deze wegen….

Achteraf was 40 wel OK voor hem. Ze durven wel te rijden met die busjes over dergelijke wegen….

Onderweg met de sleep zie ik giraffen rechts van de weg, ik maak er maar een foto van in plaats van te stoppen. Hopelijk zie ik er later nog meer, en dan neem ik wel meer tijd om te fotograferen.

In Nanyuki ga ik op zoek naar Porini house, een vreedzame plek welke Carlos en Maria hebben aangeraden. Ik heb de GPS coördinaten meegekregen, en een beschrijving van de weg. Wonderbaarlijk hoe goed sommige mensen de weg kunnen onthouden, want de schets van Carlos klopt als een bus.

Za 24-08-’13

Als ik wakker wordt kijk ik tegen de dakconstructie van het huis aan, de kamers hier hebben geen plafond. De constructie bestaat uit ronde houten palen, wezenlijk geschilde bomen, welke in de nok met touw aan elkaar gebonden zijn. Het riet is met boombast op de panlatten vastgebonden, een zeer natuurlijke manier van bouwen. De palen zijn dan wer wel met ijzeren beslag aan elkaar gekoppeld, de stevigheid wil kennelijk ook wat! Ik vind het een prachtig gezicht, zo’n dakconstructie.

Porini house is een huis waar je feitelijk bij de mensen in huis woont, een soort bed&breakfast in Ierse stijl dus. Een overnachting kost 1200 ksh per persoon. Voor grotere groepen of families is het hele huis ook te huur, in overleg met de bewoners Don en Wanjiku.

Don Meredith is een amerikaanse schrijver en romanticus van de bovenste plank. Een prettige man om mee te praten. Hij heeft zijn hele leven meer buiten als binnen de USA gewoond, samen met zijn vrouw zaliger.

Hij weet veel te vertellen over africa, Kenia in het bijzonder, en malaria. Zo kom je nog eens wat te weten! Verontrustend is het verhaal over resistentie van malaria tegen kinine wel enigszins, aangezien ik lariam gebruik. Het werkzame bestanddeel is mefloquine, een synthetische kopie van kinine. Lariam werkt dus in sommige gevallen niet goed meer. Hetgeen dus enigszins kan verklaren waarom ik malaria heb gekregen ondanks voorzorgsmaatregelen.

Leuk is anders, en ik ben blij dat ik overgestapt ben op Malarone. Malarone is een mooi beetje duurder als Lariam, maar in afrika niet zoveel als thuis. Al met al een betere keuze als Lariam dus, zeker gezien de gevolgen die Lariam kan hebben.

Hoewel ik tijdens de testtrail thuis geen last heb gehad van bijverschijnselen als gevolg van Lariamgebruik was dat hier wel degelijk het geval. Langzaam sluip de duisternis in je kop, en voor je het weet moet je veel moeite doen om je gedachten positief te houden en blij te blijven. Dat is nu gelukkig voorbij, maar echt makkelijk was het niet. Ik heb nog even op google gekeken naar mefloquine, en daar wordt je niet blij van….. Ik ben er van af, na twaalf weken gebruik. Mocht ik rare dingen gaan doen, dan weet je waar het van komt…… Hahaha!

Als we de telescoop voor de dag halen om een kijkje te nemen op mount Kenia blijkt dat Lentalo, de masai-hulp op Porinin House, helemaal gek is van verrekijkers. En een telscoop is dan wel het summum….

Zijn thuis-dorp is helaas niet te zien, dat ligt net achter een bult.

Het is hier lekker rustig, dus ik neem maar een dag de tijd om een beetje uit te rusten, en de rest van de reis globaal te plannen. En een beetje te praten met Don natuurlijk.

Zo 25-08-’13

De volgende dag vertrek ik, op weg naar Nairobi. Eerst nog even boodschappen doen in Nanyuki. Hier hebben ze de eerste grote supermakt die ik in lange tijd heb gezien. Allemaal lekkere dingen, en ik hou me dan ook niet in met inkopen! Na al dat spartaanse gedoe is het tijd voor een feestje. Nankumat is een grote supermarktketen in Kenia en Tanzania, daar ga ik vaker kijken! Een combinatie van een supermarkt, een bouwmarkt en een gereedschapszaak, ideaal voor mannen en vrouwen om ‘samen’ te gaan winkelen.

Als ik Nanyuki uitrijdt race ik zomaar de evenaar over. Op het laatste moment zie ik uit mijn ooghoek een bord ‘Equator’, en ik schiet de evenaar over. Dat gaat zomaar niet! Neptunus is hier gelukkig ver te zoeken, dus de ontgroeningsrituelen die ze aan boord van een schip vieren blijven achterwege. Maar er is natuurlijk altijd de test om ui te proberen in welke richting het water draait als het door het doucheputje wegloopt. Linksom of rechtsom?

Er staan twee emmertjes water met daarin een bakje met een gat er in. Helaas is de lokale centenpikker er ook weer, en kan ik dit helaas niet allemaal ongestoord zelf uitproberen. Ten noorden van de evenaar draait het water rechtsom als het oor het gaatje stroomt, en ten zuiden linksom. Ik had dit al gelezen op internet, maar het is altijd leuk om het zelf te zien.

Naïrobi ga ik vandaag niet halen, het begint al donker te worden als ik op de A2 rijd. Een heuse grote weg, zonder fietsers, ezels of ander gespuis dat onverwacht de weg opspringt. Doorrijden is er echter niet bij, het is erg druk op de weg. Als ik langs een hotel rijd stop ik om te vragen hoe duur een kamer is want in het donker rijden zie ik toch niet zo zitten. Veertig dollar lijkt me wel heel erg veel voor een kamer, en als ik in de GPS kijk zie ik dat de dichtstbijzijnde camping nog tien minuten rijden is. Theoretisch dan.

Ik bedank voor de hotelkamer en ga toch op weg naar de camping. Om vervolgens toch heel lang in het donker te rijden want de GPS tekent rondjes van de route naar de camping. In Thika heb ik de GPS maar op off-road modus gezet, dan tekent ‘ie een rechte lijn naar je doel op het scherm. En vervolgens kom je dan op 200 meter afstand van de camping een smal bruggetje tegen. Met een beugel er over heen. En daar pas je dan niet onderdoor met je Landcruiser.

Ik had al de nodige tijd gezocht en rondgereden naar die camping, maar nou heb ik er genoeg van. Deze weg is de enige weg die een beetje te vinden is, ik ga niet verder zoeken. Als ik langs een motel rijd vraag ik daar de prijs van een kamer: 15 dollar. En het eten is ook redelijk geprijsd, dus ik blijf hier.

Als je kip wilt eten kun je er zelf een uitzoeken, ff bellen met de kok en het komt helemaal goed.

 

Ma 26-08-’13

Naïrobi was al dichterbij dan ik dacht. Als ik weer ga rijden hoef ik nog maar 40 kilometer, en dan ben ik er al. Dan ga ik vandaag proberen om alle zooi in een keer te regelen. Inreisstempel in m’n paspoort, inreisstempel in het carnet voor de auto, en een visum voor Tanzania.

In naïrobi wijst de GPS de weg naar de Hartebeast campsite, welke als wildebeast campsite in tracks for africa staat, en op een gegeven moment moet ik rechts af. Maar dat kan niet want de middenberm is van beton. Als er vijf stoplichten later een afslag naar links is, is er voor de mensen die van links komen dus ook een afslag naar rechts. En kan ik middels een U-bocht de andere kant op rijden en wel afslaan naar de camping. Dacht ik…….

Er hing een bord aan een paal, verboden U-bocht te maken. Maar dat hing op de kop, en echt duidelijk te zien was het niet.

Ik maak de U-bocht, stop netjes als het stoplicht op rood springt, en ben vervolgens de pineut….
Er klopt een pet op het bijrijdersraam, normaal gesproken het bestuurdersraam in Kenia, en in onverstaanbaar engels wordt er verteld dat ik geen U-bocht mag maken. Ik versta er echt geen zak van, die pet praat veels te zachten te onduidelijk. Ik bulk maar door de auto dat ik een beetje doof ben, en of hij wat harder wil praten. En dan is het helemaal in orde…… Er komt een kenau van een wijf met d’r kop naast de pet in de autodeur staan, en die begint te blaffen dat ik naar de rechtbank gesleept ga worden, en een hoge boete ga krijgen en blablabla. Ik versta er nog steeds geen zak van, en zeg dat het misschien handiger is als ik gewoon doorrijd, want al het verkeer achter me begint aardig op te stoppen, en akelig kort langs mijn auto te scheren om toch maar vooruit te komen.

Dat vind het wijf geen goed idee, en ze wil bij me in de auto stappen. Maar daar gaan we niet aan beginnen! Ik heb teveel spullen los in de auto liggen, die maar al te makkelijk in deze of gene broekzak verdwijnen. Geen vreemd volk in mijn auto.

Al met al duurt dat gelul op de straat al een half uur, zo ga ik mijn dingen vandaag niet geregeld krijgen, dus uiteindelijk besluit ik om toch maar zo’n figuur in de auto te laden, de boete te betalen en gauw verder te gaan.

Het wijf wil gelukkig niet met d’r poten op de rommel, welke op de vloer van de bijrijder ligt, gaan zitten en sommeert de pet om met me mee te rijden naar de rechtbank.

Die rechtbank, da’s dus serieus en geen dreigement. Dat ziet er niet zo mooi uit want dat kost nog veel meer tijd, om over geld maar niet te spreken!

Die kerel is wel een geschikte peer, hij laat me zien waar de douane is, waar de stempels voor de paspoorten uitgedeeld worden en waar ik veilig kan parkeren. Tot zover past alles wel in mij straatje. Vervolgens komen we bij ‘The Supreme Court’ en daar is het nogal druk. Geen wonder als je voor zoiets lulligs als het niet begrijpen van een verkeersbord dat op de kop hangt als naar ‘The Supreme Court’ moet. Schrijf toch gewoon een bonnetje, en schij d’r uit met je geouwehoer!

Een parkeerplaats zoeken duurt maar liefst anderhalf uur, en dan pas je er niet op met je Landcruiser. Als de pet met de parkeerwachters gaat overleggen sta ik langs de kant van de weg te wachten. Het stoplicht voor m’n neus gaat twee keer op groen en weer op rood. Als de groene lamp de derde keer brand, het verkeer op de hoofdweg goed beweegt en de pet in geen velden of wegen te bekennen is zie ik m’n kans schoon: Gas met die bak!!

Bijna ben ik bij het stoplicht, wat nog 3 seconden groen blijft, en KLABAM!

In één grote klap loopt het verkeer op de hoofdweg weer vast! Ontsnappingspoging mislukt. Gauw ff een stukje achteruitrijden, en als ik goed en wel stil sta komt die pet er ook weer aan lopen. Ik weet niet of hij in de gaten heeft wat ik geprobeerd heb, hij zegt in ieder geval niets. Na nog weer een half uur vruchteloos rondrijden besluit ik om maar naar de camping te rijden, de pet heeft niet veel overwicht en ik hoop ‘m op die manier af te schudden. Het voelt niet zo goed om op schaamteloze manier gebruik te maken van iemands zwakheden, maar dit begint op een noodgeval te lijken: Ik heb met al het gelul op een stokje maar liefst twee-en-een-half! uur verloren, en ben er helemaal zat van.

Die pet is zo vaag als maar kan, echt verstaan kan ik hem niet, en duidelijk maken wat hij wil doet ‘ie niet. Waarschijnlijk gaat het om smeergeld, maar daar begin ik niet aan!

Gedurende het hele verhaal met die pet belt dat wijf om de vijf minuten op om te vragen of ik al op de rechtbank ben afgeleverd. Op een gegeven moment is zelfs die pet zo snugger om de telefoon uit te zetten onder het mom “lege batterij”. Ben ik ff blij dat die kenau niet in de auto is komen zitten.

Als de pet door heeft dat ik mijn eigen gang wil gaan komt de aap uit de mouw: De boete bedraagt 10000 ksh, zo’n honderd euro! Maar voor 5000 ksh is ‘the Miss’ waarschijnlijk ook tevreden, en komt hij niet in de problemen. Dat lijkt in elk geval op een oplossing: Vijftig euro dokken, of nog eindeloos rondrijden en vervolgens eindeloos in de rechtbank zitten. Vijftig euro dok je binnen dertig seconden, en dan kun je verder met je eigen zaken…..

ik denk na over mijn budget, en kies voor de vijftig euri’s binnen dertig seconden. Opflikkeren met die pet, en op naar de veilige parkeerplaats. Vandaar is het maar een paar honderd meter lopen naar de paspoortstempelaars, dus dat schiet eindelijk op. De les die ik heb geleerd voor de volgende keer: Doen wat je zelf wilt. En geen petten in de auto tolaten.

Later leer ik van een taxichauffeur dat die verkeerpetten helemaal niet in je auto mogen gaan zitten. Daarom zette de pet zijn pet ook af toen hij in de auto zat: Ze zijn dan niet meer in dienst, en het feit dat ‘ie in je auto zit valt dan onder het mom van een lift naar huis.

Via horizons unlimited, een website voor reizigers, heb ik gelezen waar en hoe je het snelste een stempel krijgt:

For the passport you need to go to Nyayo House Immigration in Central Nairobi (GPSS1 17.222 E36 49.117). To save time being sent round the houses, go straight round to the Aliens Immigration dept – entrance on the left hand side of the building. Go straight to Room 14 – situated in the corridor to your right hand side when you enter to big hall.

In goed hollands:

Voor stempels in je paspoort moet je naar Nyayo house, welke in tracks for africa staat, direkt naar de ‘aliens immigration departement’. De ingang is aan de linkerkant van het gebouw.

Ga dan direkt naar kantoor nr. 14, in de gang aan de rechterkant naast de ingang.

De beschrijving klopt als een bus, en in dat kantoor vind je een ambtenaar die hoog in de hiërarchie staat. Hij schreef na een paar vragen een briefje voor mij, gericht aan een ambtenaar achter het loket. Deze ambtenaar leest het briefje, pakt de stempel, zet de datum terug naar de dag dat ik Kenia binnen ben gereden en BATS! Ik ben legaal binnen het land.

Gauw naar de douane, om het carnet de passages voor de auto te laten stempelen. En daar begint het gelul……

De douane bevind zich in the Times building, en ik kom daar rond half twee aan. Als ik naar binnen wil volgt de gebruikelijke controle met een metaaldetector. Dat gaat nog wel snel. Daarna moet mijn rugzak door een scanner, moet ik een formulier invullen voor de laptop ( niemand die het merk dat ik opschrijf vergelijkt met de laptop zelf, maar goed ), volgen nog een stuk of wat controles en als ik bij de lift kom wordt ik terug gestuurd. Ik heb geen toegangspasje voor het gebouw, dat moet ik halen bij de balie net voor de liften. “Maar ik ben toch al honderd keer gecontroleerd?” Oprotten, en pasje halen!

Achter de balie zit een vrouw, en die wil me niet helpen. Om twee uur weer. En ik mag niet voor de balie wachten “maar het is één minuut voor twee”. Oprotten, twee uur weer! Als ik in de hal op een vensterbank ga zitten krijg ik het aan de stok met de bewaking, en voor ik van die knuppel verlost ben heeft zich een rij van hier-tot-tokio gevormd voor de balie.

Weer wachten dus.

Ik moet toch echt een s gaan leren om schijt te hebben aan alles wat iedereen tegen me zegt, en een beetje meer streetwise te worden:Gewoon blijven staan voor die balie tot het twee uur is. En als er bewaking tegen je aan lult: gewoon weglopen en je eigen belangen behartigen. Je neemt de mensen waarmee je te maken hebt niet serieus, maar het scheelt gruwelijk veel tijd en energie.

Wachten dus, en niet zo’n klein beetje ook. Alle gegevens worden met de hand opgeschreven, ondanks de veelheid aan computers op de balie. En vervolgens worden diverse kopiën van de overgeschreven documenten gemaakt. Waarom schrijf je ze dan over? Uiteindelijk krijg ik een pasje, en mag ik het gebouw in.

Horizons unlimited gaf weer een beschrijving vande te volgen route, maar helaas klopte die deze keer niet. En dan heb je het he-le-maal voor elkaar.
Ik heb de volgende twee uur van hot naar haar gelopen, nergens aan het goede adres, telfonische hulp gooit de hoorn op de haak als je al te lastige vragen stelt en op het laatst weet een hoge pief te vertellen hoe het werkt: Terug naar de begane grond, balie 12, vragen naar Eric, formulier invullen en Eric verteld dan de volgende stap.

Balie 12 is nergens te vinden, staat niet op de wegwijzers en als ik er naar vraag weet niemand de weg te wijzen.

Ik ben er helemaal zat van! Ik ga gewoon naar de grens en zie daar wel wat er gebeurd, want dit leidt hier nergens toe. Hoopjes tijd verkloot zonder rsultaat. T.I.A., This Is Africa moeten we maar denken.

En bovendien zijn Byron en Alena, engelse vrienden die ik op de ferry naar egypte heb ontmoet, de grens met Oeganda overgestoken zonder inreisstempel in carnet én paspoort. Zij hadden na het rijden van de lake Turkana route geen zin om naar Naïrobi te gaan, en hebben de gok genomen. Wat vervolgens goed uitpakte.

Conclusie: Wil je jezelf tijd en ellende besparen ga dan niet naar Naïrobi, maar direkt naar de grenspost waar je zijn wilt. Het levert wat gemopper op, en in mijn geval een boete van veertien dollar omdat ik de wegenbelasting voor auto zeven dagen te laat betaald heb, maar bespaard een hoop tijd en geëmmer. En vergeet niet om het visum voor je volgende land van tevoren aan te vragen…..

Met alle tijdverlies bij elkaar kom ik net een anderhalf uur te laat bij de Tanzaniaanse ambassade, het aanvragen van visa kan alleen in de ochtend, van 9.30 tot 12.00.

Vanmiddag aanvragen, en morgen het visum ophalen is al te praktisch en dus niet mogelijk.

Morgenochtend dus naar de ambassade om mijn paspoort in te leveren, en morgenmiddag dezelfde reis weer maken om ‘m op te halen. Wel een dag op dezelfde plek, geen dag rust dus. En die stinkstad interesseert me niet, dus daar ga ik niet voor de lol rondlopen.

De Hartebeast campsite is overigens wel een fijne plek om te kamperen. De ligging direkt aan een natuurpark in de stad verzekert een rustige plek, en de vogels kijken niet zo nauw en landen dus ook gewoon op de camping. In het geval van drie arenden dus zeer indrukwekkend.

En het eten uit de keuken is ook van goede kwaliteit. Op een avond zat ik met Pieter, een hollander die hier voor de regering werkt, te praten en hij vroeg of ik het nationale gerecht ven Kenia al had gegeten? Neen dus.

Aangezien ik al besteld had heeft hij geprobeerd mijn bestelling te veranderen, maar de kok was er al mee aan het werk…… Niet geaarzeld, hij heeft mijn eten opgegeten, en voor mij Nametjoma, ugali en sikuma wiki besteld. Gegrilde geitepoot, maispapachtige handel en een kruising tussen spinazie en boerenkool.

Sikuma wiki betekent stretch my week, oftewel als je geld op is, maar de week nog niet kun je goedkoop deze groente eten. Of uit de berm plukken. Later op een camping zullen een paar Masai mensen heel hard moeten lachen omdat ik deze uitdrukking ken.

Wo 28-08-’13

Het papierwerk is gedaan, het is weer tijd om verder te gaan. Via de Ngong hills verlaat ik Naïrobi, niet direkt de kortste weg maar het vermijd wel het rijden en stilstaan in de stinkzooi, De wegen in Naïrobi zijn afgedekt met een solide laag smog welke zichtbaar is. Ik ruik niet zo heel veel, maar aan mijn ogen mankeert niets.

Bij Isinya draai ik de A104 op, een weg waar nog aan gewerkt wordt. Sommige stukken zijn glad als een biljartlaken, andere glad als de mount everest. Remmen dus zodra het wegdek een andere kleur krijgt, of iets een verandering in hoogte vertoond. Of de gevolgen lijden. Welke bij toeren niet misselijk zijn. Een afstap van een halve meter is niets in Kenia. Ook niet op de snelweg….

Na een hoop geslinger op, naast en over de weg bereik ik bijna de grenspost, maar ik heb vandaag geen zin meer in het gebruikelijke geëmmer bij de grens.

Ik vind een camping langs de hoofdweg, en blijf er vannacht slapen. In de bomen hangt een goed idee om te laten breien, lekker voor de koude winterdag….

Morgen is er weer een dag. En dan gaan we naar Tanzania!

Comments are closed.