DSC_6575

Reisverslag deel 9

do 1-8-’13

Vandaag toch maar weer verder, op naar de lake Turkana route. In
Shashemene ga ik maar weer eens geld proberen pinnen, ik ben er bijna
door. Het blijkt dat er in deze grote stad geen geldautomaat te vinden
is, ik moet naar Hawassa. En dat ligt uit de richting die ik wil
rijden. Daar heb ik eigenlijk geen zin in, ik heb al vertraging zat
opgelopen met alle zieke geouwehoer op een stokje. Ook vandaag ben ik
weer niet echt vooruit te branden, en sleep mezelf voort.
Geld is uiteindelijk redelijk makkelijk gevonden, en er is zelf een
goed bevoorraadde supermarkt! Inkopen voor zes dagen is dus gauw
geregeld. Het mag ook wel eens meezitten……

Als ik Hawassa uitrijdt kijk ik op de GPS om de weg te volgen, in
plaats van op de kaart. De afslag naar de krokodillenmarkt van Arba
Minch wordt dus makkelijk gemist…… En de fout pas ontdekt als ik
in Agere Maryam door de douane wordt aangehouden.
Vette pech, ik ga niet meer terug! Ik ga de gravelweg van Yavelo, via
Konso naar Omorate rijden.

De weg begint heel mooi in een dichtbegroeid soort bos, met veel
vogels en allemaal leuke geluidjes. Als de auto te warm wordt neem ik
een pauze van een uur om van de omgeving te genieten, en daarna
koelwater bij te vullen. Als het koelsysteem weer vol zit rijdt ik
verder, en houdt de thermometer nauwlettend in de gaten. Die blijft
gelukkig in het onderste bereik, maar toch voelt er iets niet goed aan
de koeling. Als ik een half uur later stop om even onder de motorkap
te koekeloeren hoor ik de motor aan de kook gaan terwijl ‘ie
stilstaat. Op zich niet vreemd, als hij loeihard heeft moeten werken
en niet nagedraaid wordt om de hitte uit de cilinderkop af te voeren.
Maar het gaat hier vals plat ( net niet vlak ) naar beneden, en ik heb
niet continue met het gas op de plank gereden……

In de expansietank zit nog voldoende vloeistof, dus dat lijkt ook
goed. Aangezien de motor te heet is laten we de radiateurdop maar
zitten, verbrande klauwen lijkt me niks. Ik weet dus niet of de motor
voldoende koelvloeistof heeft……
Langzaam verder maar, een beetje rijwind zou koeling genoeg moeten
brengen, tevens zit de ventilator vast aan de as gekoppeld en zou dus
ook voldoende koeling moeten brengen. De thermometer blijft nog steeds
in het onderste bereik. En toch voelt het niet goed…..

Na tien kilometer kalm aan gesukkeld te hebben maar weer eens onder de
kap gekeken, de motor kookt meteen als ik stop. Niet goed!
In deze omgeving barst het van de mensen, ik heb geen zin om hier te
gaan sleutelen met honderd nieuwsgierige Ethiopiërs die op m’n vingers
kijken. En mogelijk achter in de auto rond gaan grabbelen, als ik aan
de voorkant sta te prutsen…..

Water over de radiateur gegooid zodat de motor koelt, en kalm an
verder zoeken naar een beschutte plek. Maar of het hier ook veilig is
om te gaan kamperen tussen de struiken weet ik niet…. reparatie zal
wel gaan duren tot donker, en daarna rijdt ik niet meer.

Als ik een geschikte plek zie rijdt ik linksaf de bush in, en na
honderd meter is er rechts een soort opening in de struiken. Daar kan
ik mooi staan!.
De motor kookt alweer, dat beloofd niet veel goeds. En de thermometer
staat nog steeds in het onderste bereik?! En vliegt ineens omhoog?!
Eerst maar eens eten koken, En de tent opzetten. Survival gaat voor!
Als de motor een paar uur gestaan heeft haal ik als eerste de
thermostaat er uit. Die is al vijftien jaar oud, maar ziet er wel goed
uit. Gauw voor het donker wordt een pan water op het vuur, thermostaat
er in, en meten of ‘ie bij de aangegeven temperatuur opent…..
Hij gaat wat laat open, maar ik kan ook niet zeggen dat ik een erg
nauwkeurige thermometer heb. En de lifthoogte van de thermostaatklep
laat ook te wensen over. Dus waarschijnlijk hebben we de oorzaak te
pakken.
Tevens is het koelwaterniveau erg laag, want ik zie niets in het
thermostaathuis of in het blok staan. De kop voelt van buiten nog erg
heet, dus ik besluit om geen koud water in het blok te gooien.
Aangezien alles van gietijzer is bestaat er de mogelijkheid van
scheuren in het metaal als gevolg van lokale warmtespanningen, en het
laatste waar ik op zit te wachten is het vervangen van een
cilinderkop. Of nog erger….. Morgen verder, als de boel afgekoeld
is.

Aangezien het donker is geworden kruip ik gauw in de daktent, je weet
immers maar nooit wat voor enge beestjes hier zomaar uit de struiken
komen rennen om een hap uit je kont te nemen…..
Eerst maar eens bellen met het thuisfront om te vertellen hoe de vlag
er bij hangt, en tevens wat info van internet over de omgeving te
weten te komen. Er blijken hier meest vogels rond te vliegen, en een
enkele vos rond te lopen. Ik kan dus vannacht veilig buiten
pissen…..

Vrij 2-8-’13

om half zeven is het duidelijk dat hier inderdaad veel vogels zitten:
Wat een concert! Als ik in de opening van de daktent ga staan kijk ik
precies over de toppen van de omliggende struiken heen, en weet niet
waar ik eest kijken moet of kijken wil. Ik zie wel dertig
verschillende soorten vogels, allemaal bezig met hun ochtendritueel.
Als ik echt heel nodig moet pissen ren ik de trap af, en neem op de
terugweg de camera mee naar boven om een paar plaatjes te schieten.
Maar de vogels wachten niet, en gaan aan de dagelijkse arbeid.
Gelukkig zijn er een paar wat minder snel, en die schiet ik alsnog.
Als er een grote roofvogel komt showen hoe mooi ‘ie is, zet ik hem er
ook op. En donder bijna naar beneden, de ruimte waar ik kan staan is
vrij klein…..

Tijdens het ontbijt wordt het theewater misbruikt om beide
thermostaten naast elkaar in het water te leggen, en
openingstemperatuur en lifthoogte met elkaar te vergelijken. De nieuwe
thermostaat opent weliswaar vijf graden eerder, maar dan kan ik de
thermometer controleren en zien hoe soepel de klep hoort te openen, en
hoe hoog de lifthoogte dient zijn.
De thermometer klopt vrij goed, de oude thermostaat gaat pas bij 93
graden celcius open, en de lifthoogte is beduidend minder als van de
nieuwe thermostaat. Da’s al één zekerheid gevonden!

Het gesleutel gaat weer verder, de boutgaten van de thermostaat zijn
niet helemaal zuiver meer, en bij de eerste poging lekt het koelwater
uit het thermostaathuis. De bouten zitten vast genoeg aangedraaid,
maar de pakking nog nietvast genoeg geklemd.
Opnieuw dus, eerst de schroefdraad opzuiveren met een tap, bouten
testen op indraailengte, één bout vervangen want draad niet goed.
De tweede poging is OK, het thermostaathuis lekt niet meer. Als ik het
koelwatersysteem onder druk zet met de luchtcompressor blijkt als gauw
dat de overdrukdop op het thermostaathuis zijn beste tijd heeft gehad.
Hij opent al bij 0,2 bar i.p.v. 1 bar. Daar kookt de boel ook al
gauwer van dan de bedoeling is.
Andere dop erop dus. En dan komt het grote probleem voor de dag: Men
heeft indertijd in khartoem in de garage de koelwaterslang van het
thermostaathuis losgenomen, maar niet goed terug geplaatst! Er lekt
een behoorlijke straal water uit bij 1,2 bar overdruk op het systeem.
Dat verklaard tevens het grote koelwaterverlies van gisteren. Nou het
mysterie van de thermometer nog…. volgens mij zit deze op de zijkant
van het blok, en zou dus gewoon in het water moeten zitten en de
juiste temperatuur opnemen….

Als de koelwaterslang opnieuw gemonteerd is, en een paar stekkers van
opnemers in het thermostaathuis losgenomen zijn, opnieuw druk op het
systeem gezet voor verder lekkage-onderzoek. Er lijkt nog een slang te
lekken, en om die te vervangen moet het hele thermostaathuis er
af…..
Eerst maar eens eten, om weer een beetje moed op te doen, en ff
slapen. De grieprommel werkt bepaalt niet mee.

Gelukkig kwam het water van de tweede lekkage ergens tussenuit
gelopen, want als ik de overdrukdop los draai staat er nog steeds druk
op het systeem. En is het blok verder helemaal droog. Da’s een
gelukkie! Gauw weer druk op het systeem gepompt, zo’n 1,2 bar, en met
een spiegeltje alle koelwaterverbindingen nagelopen. Geen lekkage meer
te zien. Warmdraaien dan maar?

Als eerste draai ik de krukas met een sleutel rond om te voelen of de
motor gisteren schade heeft opgelopen van die stoomboot-actie, ik
moest vanmorgen namelijk nogal wat koelwater bijvullen…..
De krukas draait mooi rond, geen zware plekken behalve de compressie
te bemerken, dus da’s alvast mooi! Starten die bak, en kijken of er
nog meer koelwater bij moet. Als de motor loopt, en het hele systeem
vol water zit gaat de dop er op en is het wachten op het warm worden
van de radiateur, oftewel het openen van de thermostaat. Als de boel
lekker warm is, maar de slangen nog niet op druk open ik de
overdrukdop om te kijken of er genoeg water in het systeem zit. Er is
nog een bel lucht onder de thermostaat uitgekomen, zoals ik al dacht,
en er kan dus weer iets water bij. Wat er vervolgens net zo hard weer
uit vliegt als de thermostaat opent…… de motor loopt nog, zie je.
Weer bijvullen, en gauw de overdrukdop er op. Die zit vol! Maar dat
zou toch eigenlijk automatisch horen te werken? De overdrukdop is een
tweewegklep, als de motor aan de kook gaat opent ‘ie bij 1 bar
overdruk, en als de motor weer afkoelt is er een tweede klepje dat er
voor zorgt dat het koelsysteem weer volgezogen wordt vanuit de
expansietank……

De slang van de expansietank blijkt lek te zijn bij de aansluiting op
het thermostaathuis, aan de achterkant van de slang is voor een
gedeelte alleen wapening te zien, maar geen rubber….
Geen wonder dat het koelwatersysteem leeg was, maar het expansievat
vol. Elke keer als de motor afkoelt zuigt ‘ie lucht in het
koelwatersysteem…. Geen wonder dus dat de motor koeling te kort
kwam.
Volgende keer het koelwaterniveau dus controleren daar waar het hoort
te staan: onder de overdrukdop, en niet in het expansievat.

Een stukje van de slang afgesneden, de rest van de slang
gecontroleeerd en opnieuw aangesloten. Nou zou toch alles in orde
moeten zijn…

De thermometer blijft netjes onderin liggen, de berdrading is immers
losgenomen. Als ik één stekkertje weer aansluit komt de thermometer
omhoog, en weet ik zeker welke opnemer de thermometer aanstuurt. En
daar ben ik niet blij mee. De opnemer zit op het hoogste punt in het
koelsysteem, dus als er iets koelwaterlekkage is, is dat de eerste
plek waar lucht komt te staan en de juiste koelwatertemperatuur niet
meer wordt aangegeven in de cabine. Een gevaarlijke opbouw van het
systeem, want de chauffeur leest een lagere temperatuur af, dan de
temperatuur van de motor in werkelijkheid is. En reageert dus
inadequaat op de situatie van de motor op dat moment….. Waarvan
akte.

Doordat de opnemer in de lucht meet, en niet meer in het water, is de
aangegeven temperatuur in de cabine te laag. Tot het moment dat de
motor serieus aan de kook gaat. Op dat moment wordt er veel stoom
gevormd, welke wel weer een goede warmteoverdracht naar de
temperatuuropnemer verzorgt, en de thermometer in de cabine dus ineens
van het ondergebied naar het rode gebied vliegt. En je als chauffeur
denkt: “Wat krijgen we nou?!” Geen fijne situatie dus, aangezien dit
verschijnsel toeneemt naarmate er meer koelwatertekort is.

Al met al ben je zo weer een dag verder.Als ik klaar ben met alle
sleutel- en onderzoekswerk is het alweer middag. Ik besluit om maar te
blijven staan, het is hier wel mooi met al die vogels, en ik heb nog
steeds geen mens gezien! 24 uur, zonder een mens te zien, in Ethiopië!
Het is hier een waar paradijs!
Ik ga vanavond een kampvuurtje maken, er ligt hout genoeg op de grond
en ik voel me veilig genoeg om in het donker buiten te zitten.
Als het avond is, en het eten achter de kiezen slaat de koorts weer
toe, en voel ik me erg zwak. Kampvuur maar laten en op tijd naar bed
dan maar? Het is pas zeven uur, dus toch maar eerst kampvuur. Als de
boel eenmaal brand is het wel lekker om bij een vuurtje te zitten,
maar na een uurtje houdt ik het toch maar voor gezien…

Za 3-8-’13

Langzaamaan inpakken en proberen om de gang er weer in te krijgen, op
naar de lake Turkana route. Volgens het ziekenhuis heb ik immers geen
malaria, dus het zal wel een griepje of verkoudheid zijn. Een beetje
gesnotter is er vannacht ook bij gekomen.

Als de hele boel is ingepakt rijdt ik weg van deze mooie plek, waar ik
eindelijk een poosje zonder mensen om me heen heb kunnen zitten. De
weg is weer geasfalteerd, dus het rijden gaat redelijk vlot. Maar
eigenlijk vind ik er niks aan, ik rijdt liever op gravel. Als er een
binnendoorweggetje naar Turmi is, neem ik die meteen. Dit rijdt veel
leuker, langs de voet van de Humu mountains in lake Stephanie wildlife
reserve. Geen wild leven gezien, behalve de Hamar stammen die hier
leven.
Als ik tussen de middag stop om te eten is de onvermijdelijke lokaal
er binnen dertig seconden ook weer, en gaat op tien meter afstand
gehurkt zitten kijken wat ik allemaal aan het doen ben. Als ik met hem
probeer te praten komt er boe noch ba retour, en blijft hij maar
staren
Dat staren houden ze net zo lang vol als de tijd dat je er blijft
zitten, op een gegeven moment is het gewoon ergerlijk. Maar wat moet
je er mee aan? Negeren? Wegjagen? Zweep kopen en wegjagen? Ik weet het
niet, wou dat ik gewoon nog een poosje in de bosjes was blijven
zitten, zonder mensen. Ethiopië zit gelijk weer vol in m’n bek, en ik
geniet er bepaald niet van. Inpakken en wegwezen maar weer.

In een traditioneel Hamar-dorp willen een paar vrouwen op de foto, ze
vragen drie Birr per persoon. En ze hebben nogal wat kinderen….
Onderhandelen levert niet het gewenste resultaat, voor één Birr krijg
ik alleen de kleintjes op de foto. Ik zal nog wel meer traditionele
Hamars tegenkomen, dus starten en aanrijden maar weer. Dan is de prijs
ineens wel goed. Maar nu heb ik er geen zin meer aan, dus gas erop en
wegwezen. Lekker scheuren over de gravelpaden!

Ik merk toch wel dat ik ziek ben, en niet erg scherp. Gevaarlijke
punten in de weg zie ternauwernood op tijd, en er op reageren gaat
meestal net snel genoeg. Da’s bepaald niet zoals ik mezelf ken als ik
op de motor off-road rijd. Dan ben ik goed bij de pinken.
Kalmer aan rijden dus, en heelhouden die auto. Tegen de avond rijdt ik
langs een camping, net ten oosten van Turmi. Eerst rijdt ik er langs,
ik wil eigenlijk graag wildkamperen, maar als ik zie dat ik bijna in
Turmi ben en dus nog ver moet rijden om in een mens-vrij gebied te
komen draai ik om en ga naar Camping Mango. Ik ben helemaal kapot na
deze korte dag rijden, niet goed dus. Vanavond maar even makkelijk
kamperen, en voor mezelf zorgen. Douchen met relatief koud water is de
hel, ik tril als een rietje als ik er onder vandaan kom….

Zo 4-8-’13

Het gaat niet goed met me. Afgelopen nacht vreselijk slecht geslapen,
veel gezweet en veel naar de WC geweest om te pissen. Helemaal
gebroken besluit ik om nog maar een dag te blijven, even bijkomen.
En nog maar een dag te blijven, want ik kom niet bij. Achteruitboeren
lukt wel goed, ik slaap nu ook overdag voor een groot deel. Ik voel me
vreselijk zwak. En gefrustreerd, wat is er in godsnaam aan de hand met
me? Zo kom ik nooit in Oeganda en op tijd in Malawi om Marieke op te
halen van het vliegveld!

Di 6-8-’13

De redding komt nabij! Al weet ik dat nog niet als ik ’s ochtends
tegen heug en meug op m’n broodje zit te kauwen. De hele dag hang ik
rond in mijn stoel, of lig ik deuken te snurken in mijn matras. Tussen
de bedrijven door kijk ik ook nog even naar het Solarsysteem van de
camping, men heeft een klein paneel op het dak liggen, een accu in één
van de hotelkamers en een regelaar tegen muur geknutseld. Zoals ik kan
inschatten zijn alle aansluitingen verkeerd gemaakt. Eerst maar eens
overleggen met een paar andere campinggasten, die ook zo’n systeem op
hun vrachtauto hebben.
Mijn inschatting blijkt te kloppen, en als ik de aansluitingen goed
maak werkt het systeem als een tierelier. Nu nog hopen voor de
campingbaas dat zijn accu niet overleden is als gevolg van langdurige
onderlading. Loodaccu’s zijn rare dingen.

Des middags arriveren Willem en Peggy Beekhuizen op de camping. Willem
is oud-gynaecoloog aan het st. Jansdalziekenhuis in Harderwijk, en
heeft net twee maanden bij een kliniek in Bahir Dar gewerkt.
Als ik met hem praat over mijn ziekte, en het verloop ervan is hij
zeer resoluut in zijn antwoord: Klassiek malariaverhaal! Als wij zo’n
geval in de kliniek hadden, dat na driemaal testen nog geen malaria
was aangetoond maar wel alle symptomen aanwezig bleven, medicatie
starten alsof malaria was aangetoond. Meestal knapten de mensen dan
gauw weer op.

Willem en Peggy hebben nog voldoende Malarone over om een strip aan
mij te schenken, ter bestrijding van de malaria. Ikzelf heb Lariam als
profylaxe, en dat kan ook ingezet worden om malaria te bestrijden,
maar ik merk dat die zooi toch invloed heeft op mijn humeur. Ik zie
het niet zo zitten om binnen 24 uur zes van die tabletten te slikken,
aangezien ik al beïnvloed wordt door één tablet per week.
Dankbaar pak ik de Malarone aan, en bij het eten jas ik vier tabletten
tegelijk naar binnen. Na een paar uur lijkt het wel oorlog in m’n
lichaam! Om zeven uur ’s avonds piekt de koorts als nooit tevoren, ik
heb een kop als een boei, en kan met mijn eigen handen voelen dat de
temperatuur van mijn hoofd erg hoog is. Ik ga d’r maar bij liggen want
ik sta te zwaaien op m’n benen.
Tegen half negen voelt het alsof de strijd met de malaria gewonnen is,
en tegen tienen wordt mijn temperatuur weer normaal.

De volgende dag voel ik me stukken beter als ik de laatste dagen
gedaan heb, toch malaria dus. Ik ben blij dat er weer vooruitgang in
zit
De volgende twee dagen slik ik de tabletten volgens schema, en wordt
elke dag een stukje sterker.
Als er op zondag 11-8 een Zuid-afrikaans stel op de camping arriveert
heeft de man een soortgelijk verhaal als het mijne. Driemaal getest,
geen malaria aangetoond, toch ziek. Malaria-medicijnen nemen en binnen
zes dagen weer de oude. Die malaria-testen zijn toch niet helemaal
waterdicht blijkbaar. De volgende keer dat ik koorts heb weet ik wel
wat me te doen staat….

Ma 12-8-’13

Het wordt tijd om inkopen te gaan doen. Alle eten die bedoeld was voor
de lake Turkana route is opgegeten hier op de camping. Ik haal de
noodzakelijke spullen uit de daktent, en laat die op de camping onder
een zeiltje achter.

Een van de mannen van de camping wil graag meerijden naar Turmi, er is
markt vandaag. In het dorp helpt hij me om de nodige spullen te
vinden, tegen fatsoenlijke prijzen. Dat is makkelijker geregeld dan ik
dacht! Stiekem zag ik er een beetje tegenop om in deze halfgare
toestand, ik ben nog steeds een beetje zwak, te zoeken naar eten en te
onderhandelen over prijzen.

Als ik een proefritje ga maken om de reparatie van de tank te testen
gaat hij mee. De reparatie lijkt zich goed te houden. De tips van de
zuid-afrikanen m.b.t. De bandendruk wordt ook uitgeprobeerd, en met
een lagere druk rammelt de auto een stuk minder op de gravelwegen. Als
ik naar de banden kijk onder het rijden zie ik ze breder worden als ze
een klap opnemen. “Als jij die bandendruk nie aflaat nie, rammel jij
van die pad!”. Dat klopt wel aardig.

Op de terugweg naar de camping besluit ik door een droge rivierbedding
te gaan rijden, gewoon omdat het leuk is. Zelf daar verrekt het van de
mensen, overal op de oever staan dorpjes, en wonen mensen. Ik vraag me
af of zo’n klein stukje land wel voldoende voedsel kan leveren voor al
die mensen?

Eenmaal terug op de camping lekt de tank toch weer. De epoxy welke
gebruikt is voor reparatie is te hard, en is gescheurd onder invloed
van dezelfde spanningen waaronder het RVS laswerk gescheurd is.
De auto wordt weer op dezelfde helling gezet als de vorige keer, en de
zaak onderzocht. Als laatste mogelijkheid heb ik Loctite quick gasket
bij de hand, een dikvloeibare pakkingsoort. Na het ontvetten een dikke
rups over de epoxy gelegd, en met de hand vlak gestreken. Nu maar
hopen dat die zooi vast genoeg plakt om de dieseldruk uit de tank te
weerstaan. Heel veel is het niet, zo’n tien centimeter vloeistofkolom,
maar het zou fijn zijn als de diesel aan boord blijft.

Tegen het donker is de pakking nog niet geheel uitgehard, maar ik wil
toch echt de tent opzetten, en parkeer de auto weer op het vlakke
terrein. Met de dieselolie tegen de niet-uitgeharde pakking…..
Ik hoop dat het goed gaat, voorlopig ontstaat er op dit moment geen
lekkage en staat de tent voor het donker weer klaar voor de nacht. Het
is een zware dag geweest…..

Vrij !6-8-’13

Het gaat gebeuren! Ik  ga weer op pad! Lang genoeg stil gestaan hier.
Ik neem afscheid van de mannen op de camping, trap de auto aan en geef
gas! Op naar Omorate, om het paspoort af te laten stempelen, en de
auto uit te boeken.
Bij de douane krijg ik een preek omdat ik langer dan de aangegeven
vijftien dagen in Ethiopië ben gebleven, en omdat ik had aangegeven
dat ik het land zou verlaten via moyale. Het eerste is makkelijk, ik
heb Malaria gehad en dus hersteltijd nodig gehad. Het tweede is ook
makkelijk: Ik heb me bedacht en wil de lake Turkana route rijden. De
douaneman begint de regels uit te leggen, ik had beide punten in Addis
bij het douane-opperhoofd moeten laten wijzigen. “Dus ik moet terug
naar Addis?” vraag ik vol ongeloof? Da’s wel zo’n zes dagen rijden,
dus dat lijkt me niks!

Gelukkig is er niets aan de hand, en mag ik gewoon via Omorate het
land verlaten. Maar ze hebben het recht om je terug te laten gaan!
Als alle stempels gezet zijn ben ik er pas gerust op, je weet maar
nooit. Gauw de spullen in de tas, Ajuus gezegd en wegwezen met die
auto! Op naar het karrepad dat naar lake Turkana leidt!

En een karrepad is het. Twee sporen naast elkaar, snelheden van
maximaal veertig per uur en diverse gladde, verradelijke stukken
onderweg. Het heeft de afgelopen twee nachten geregend, en met water
in het karrespoor kan de ondergrond snel zacht worden. En de auto
wegzakken dus. Diverse stukken die er niet jofel uitzien worden met
vrij hoge snelheid gereden, de modder vliegt in het rond. En de auto
duwt zichzelf op de gladde zachte stukken door de prut, terwijl de
wielen slippen.

In Illeret, de eerste plaats die ik in Kenia tegenkom ga ik me
registreren bij de politie. Zij vragen gelijk of er problemen zijn?!
Dat begint al veelbelovend…. Ik wil me registreren, want ik kom via
een karrepad uit Ethiopië binnengereden.

Nou, dat kan. Het duurt even voor iedereen wakker is, en de juiste man
in het juiste kantoor zit, maar dan heb je ook wat. Binnen vijf
minuten zijn alle gegevens genoteerd, en mag ik weer verder. De rest
van de registratie moet ik in Naïrobi doen.
Net voor het Sibiloi national park ga ik bushcamp maken, de dag is
lang genoeg geweest. Als ik net zit komt er een herder uit de struiken
tevoorschijn, het lijkt Ethiopië wel. Dit is wel een sympathieke vent,
maar communiceren is weer erg lastig zonder taal. Hij gaat bij me
zitten, waar ik op zicht niet zo op zit te wachten, en ik val in slaap
op de stoel. Als ik een poosje later wakker wordt zit de man er nog
steeds. Op een gegeven moment heb ik ‘m maar gevraagd of het geen tijd
word om de geiten naar huis te brengen….

Onder het eten koken komt er weer zo’n geinponem aangelopen, dit is
nog erger als Ethiopië! Na de eerste beleefdheden houdt ik me alleen
met mijn eigen zaken bezig, het begint donker te worden, en voor
geouwehoer heb ik geen tijd. Teleurgesteld druipt de geinponem af. Ik
heb niet de hele dag de tijd voor Jan en alleman. En bovendien
helemaal geen zin in menselijk contact vandaag.

Za 17-8-’13

Vannacht heeft het weer geregend, en deze keer niet zo weinig ook! Als
ik om half zeven wakker word, blijf ik nog maar even liggen. De zon
mag de grond eerst een beetje aandrogen…..
Om negen uur word ik wakker van diezelfde zon, en aandrogen doet ‘ie!
Het is warm in de tent.

Na een rustig ontbijt, en het opruimen van de tent staat het Sibiloi
national park op het programma.
Je rijd een bord voorbij, waarop je vriendelijk verzocht wordt om een
kaartje te gaan halen  in een van de drie aangegeven plaatsen, en bent
binnen. Het begint gelijk al met spoorzoeken, de tracks zijn door de
regen van de laatste dagen onduidelijk geworden. Tracks for africa
doet wonderen, en al slingerend volg ik zo goed en zo kwaad als dat
gaat de route op de GPS. Na een paar kilometer is de track meer
ingesleten in de grond en dus makkelijker te volgen. Dat geeft tijd om
rond te kijken! Echt vrolijk wordt ik er in eerste instantie niet van,
de omgeving is hier hetzelfde als de laatste paar kilometers voor het
park. En het stikt hier ook van de geiten en koeien. En dus van de
mensen. Het duurt wel een paar uur rijden voor de menselijke populatie
afneemt, en uiteindelijk niet meer te zien is. Veel kilometers leg ik
niet af, de gemiddelde snelheid ligt rond de veertien kilometer per
uur.

Karrepad rijdt niet echt snel, fotootjes maken en met de verrekijker
loeren doen de rest. Ik leg vandaag negentig kilometer af in
zes-en-een half uur reistijd. Maar wel genoten van de omgeving! Het
park begint niet zo mooi, maar later word het dat wel. Ik zie een
wrattezwijn, en groot wild waarvan ik de naam niet weet. Dit begint op
africa te lijken! Africa volgens national geographic channel dan, hè?!
De grondeekhoorns vliegen ook weer vn links naar rechts over het pad,
en ik zie zelfs twee africaanse hazen! Die had ik nog niet gezien in
africa. Ze kiezen snel het hazenpad als ze mij ook zien…..

Net ten zuiden van het park maak ik weer een bushcamp, deze keer ben
ik ruim voor het donker klaar met de dagelijkse bezigheden en lig op
tijd veilig in de tent. Met laptop om de lange avond door te komen.
Het is hier om 19.15 al donker, zie je.

Even verslag schrijven, en dan een filmpje kijken? Of lezen? Ik zie
wel, misschien ga ik wel slapen, ik ben moe. Ziek zijn gaat niet
vanzelf over….

Zo 18-8-’13

Als ik weer verder rijdt is het al gauw feest: de bavianen, zebra’s,
gazellen en thompsongazellen vliegen me om de oren! In het zuiden van
het park zit beduidend meer wild als in het noorden. Om de haverklap
stoppen om met de verrekijker te loeren, en als ik het niet duidelijk
kan zien haal ik de telescoop voor de dag. Met de kleinste versterking
kun je die nog net met de hand gebruiken, als je een vaste
ondersteuning gebruikt. Nu kan ik ver weg wel heel dichtbij halen.
Theoretisch. Als ik probeer de boel scherp te stellen lukt daar
helemaal niets van. Na enig geklooi kom ik er achter dat de voorste
lens losgerammeld is. Als die weer op z’n plaats zit werkt de
sterrekijker een stuk beter. Alleen wordt het beeld op de kop
geprojekteerd, dat is even wennen. Maar nu kan ik zelfs de vlooien
tellen op de zwarte strepen van de zebra die ik op de korrel heb. De
hele morgen ben ik lekker aan het parlevinken in het park.
Na enig zoekwerk vind ik de weg naar het ‘petrified forest’, een
versteend bos. Er liggen delen van boomstammen, die inderdaad
versteend zijn. Ze zijn heel goed als hout te herkennen, maar als je
er aan voelt is het steen. Een rare gezichtbegoocheling is het.
Op het bord, welke omgewaaid is, staat gechreven dat de bomen
miljoenen jaren oud zijn en geconserverd gbleven zijn omdat deze
streek indertijd in een woestijn veranderd is.

Als ik moet kiezen tussen uitgang en krokodillenpunt ga ik naar de
uitgang. Om me vervolgens weer te bedenken, ik wil de krokodillen toch
eigenlijk wel graag zien.
Het kopen van een kaartje, daar kom ik niet onderuit. De rangers
hebben me al gezien, en wenken dat ik naar hun toe moet komen. Het
zijn vriendelijke lui, en met de belevenissen van afgelopen morgen
vind ik het niet zo erg om twintig dollar te betalen. Gisteren dacht
ik daar nog wat anders over, het park was niet echt bijzonder in het
noorden. En om daar nou voor te betalen….

Bij het krokodillenpunt ligt er één krokodil te zonnen, de rest ligt
in het water. Al met al zie ik er een stuk of vijf, en er moeten ook
nog nijlpaarden tussen de graspollen zitten. Die nijlpaarden zie ik
niet, dat komt nog wel. Ik ga er weer vandoor, op weg naar
loiyangalani.

De weg blijft bestaan uit karrepad, en maakt het rijden geweldig mooi.
Lekker off-roaden met de Landcruiser, hier is ‘ie voor gemaakt. Zeer
regelmatig loopt het pad door een droge rivierbedding, met mooie in-
en uitrijdhellingen. Ook het pad zelf loopt al slingerend over heuvels
en door dalen. Sommige stukken zijn mooi vlak, en dan kan er even hard
gereden worden. En mooie stofwolken gemaakt worden. Welke vervolgens
ook de auto in komen via de achterdeur.

Het blijft opletten, want plotseling gaat zo’n snelle piste over in
een rivierbedding of een smal slingerend spoor. Dat houd je bij de
les!

Later op de dag word de piste vlakker en sneller, snelheden tot
tachtig per uur zijn geen uitzondering. En dan krijg je pas
stofwolken!
Loyangalani ga ik niet halen vandaag, het is al half vier en ik wordt
moe. Er staat een Acacia bush campingplace in de GPS, daar ga ik maar
eens kijken.
Er staat inderdaad een Acacia, midden in de hei. Verder is er niets.
Als ik met de verrekijker in de rondte kijk zie ik geiten, en een
herder. Die kan binnen een half uur tot een uur hier zijn, en daar heb
ik geen zin aan vandaag. Ik heb zelf ook een geschikte plek gezien,
aan de andere kant van het karrepad. Daar liggen alleen maar stenen op
de hellingen, en geen eten voor geiten. Daar kan ik ongestoord
kamperen. En desert-style douchen, want daar is het weer warm genoeg
voor. En ook hoog tijd voor trouwens, mijn haar is helemaal stug van
de stofzooi van vandaag.

De streek hier is arm aan wild, dus roofdieren zullen er ook niet veel
zijn. Ik maak na het eten een kampvuurtje, en voel me redelijk veilig.
Als de maan achter de wolken verdwijnt wordt het me te donker, ik kan
de omgeving niet meer voldoende zien, dus kruip ik weer op tijd in de
tent. Het vuurtje gloeit nog na als ik dit verhaal aan het schrijven
ben. Ik hou ‘m in de gaten!

Ma 19-08-’13

’s Morgens sta ik vroeg op, en als ik over de as van het kampvuur pis
sist het als een grote. Zou er nog gloed is de as zitten? Na enig
porren vind ik alleen maar as, dus de stenen onder ht vuur moeten nog
heet zijn. Dat maakt ht makkelijk om een nieuw vuurtje aan te steken,
dus dat doen we dan maar! Ontbijten bij een kampvuurtje, theewater
koken zonder brander, wat wil een mens nog meer?

De weg voert verder naar Loyangalani, waar ik wat te eten wil gaan
kopen en water tanken. De lange route langs lake Turkana heeft de
nodige dagen gekost, dus het eten raakt op.
In Loyangalani leven drie afrikaanse volkkeren bij elkaar, Turkana,
Molo en Samburu. De mensen zijn allemaal goed van elkaar te
onderscheiden door hun traditionele kleding.

Erg veel te shoppen valt er niet hier, de meeste winkels hebben
allemaal dezelfde handel, en daar zit nou net  niks bij wat ik nodig
heb. Na een stevig maal met veel vlees rijdt ik weer verder, op naar
South Horr.

De route voert door een enorm bar landschap, alleen maar lavastenen en
zand. En bergen waar de weg doorheen en langsheen slingert. Ik vind
het erg mooi hier. Er leven zowaar nog mensen in dit landschap ook! Er
staan hutjes langs de weg, ze lijken op een iglo en zijn gebouwd van
alles waar men de hand op kan leggen. Plastic, riet, ijzeren platen,
jerrycans die open gezaagd zijn, werkelijk alles. Geen rijke bedoening
dus. Maar de mensen lachen wel allemaal, dus dat zit wel goed.

Naarmate ik verder richting South Horr rijd worden de wegen vlakker,
en van zand. Volgens mij zijn de wegen hier net gevlakt, er zijn veel
verse sporen van machinaal werk in de berm te zien. En vlakke wegen,
dat betekent hard rijden! Zeker als het vals plat naar beneden loopt.
100 op de teller is een mooie snelheid hier. De GPS zegt dat het dan
90 per uur gaat, maar daar geloof ik vandaag niet in. 100 is het!

Als er een onoverzichtelijke bocht aan komt krijg ik een raar gevoel,
en rem ik toch maar at af. De bocht draait meer al 90 graden door, en
er ligt veel los zand. De berm is weliswaar mooi schuin, en maakt dus
een mooie kombocht, maar als ik de auto daar in stuur om te proberen
hoe hard het zand is kom ik er wel achter: Erg zacht zand. Geen goed
idee dus om daar met hoge snelheid in te sturen.

Kort voor South Horr zijn er allemaal duiker onder de zandweg
doorgegraven om het regenwater uit de bergen weg te leiden. Dit worden
dus allemaal drempels in de weg, en de gang is er uit. Gelukkig ben ik
bijna bij de camping, ik heb er wel weer genoeg van voor vandaag. Het
is warm geweest, en hard rijden in zand vraagt toch veel van je
concentratievermogen.

Een koud biertje uit het restaurant brengt verlichting, en na een
lekker warm hap ga ik in de tent liggen. Lekker pitten.

De volgende morgen heb ik geen zin om verder te rijden, dus blijf ik
hier een dagje over. Boodschappen doen, lekker in het dorp rondlopen
en een keniaanse simkaart voor de telefoon kopen. Gewoon vakantie
houden.

Als ik zit te ontbijten is er ineens een hoop paniek in de bomen.
Gekrijs, takken schudden wild heen en weer, bladeren vallen met
hoopjes tegelijk naar beneden. Aapjes die elkaar achterna zitten. Als
ik ze op de foto wil zetten kijken ze brutaal naar beneden: “Wat mot
jij nou?!”.
Het gekrakeel houdt ongeveer een uur aan, daarna gaan ze weer verder.

Het was lekker, een dag luieren.

8 Comments

  1. pwoertman@kpnmail.nl'

    Goh Marc, wat maak je toch een boel mee zo. Geweldigggg.
    En die verhalen die je schrijf heerlijk om te lezen, ik zit gewoon steeds weer aan mijn pc gekluisterd.
    Marieke volgende week een goed reis naar Marc toe en dan nog heel veel plezier met zijn tweeen op jullie verdere reis.

    Groetjes Helga en natuurlijk ook van Peter

  2. hlwinkel@hetnet.nl'

    Hallo Mark (en Marieke), net je laatste verslag gelezen. Gelukkig eindigt het mooi maar het eerste stuk was bepaald geen pretje! Lekker genieten en hopenlijk verloopt het vervolg zonder Malariaaanvallen. Blijf schrijven want het is de moeite waard om de verhalen te lezen! Groeten en pas goed op jezelf, Henk en Rieky

  3. pa5ca@chello.nl'

    Hey Mark… fijn voor je dat je door de malaria dip heen bent en je weer lekker op weg kunt gaan. Ik geniet van je verslagen deze zijn helemaal top… GA ZO DOORrrrrrrrrrrrrrrrrrrr.

    Groeten… uuuuut Warnsveld.

  4. portier.r@hotmail.nl'

    Ha die Mark,

    ik lees dat jij ook de nodige overwinningen op de techniek en de natuur moet boeken om kilometers te kunnen maken. Maar Kenia heb je dan toch al mooi gehaald. Zelf zit ik nu in Lalibela Ethiopie, heb nog bijna 2 maanden op mijn visum hier.

    Hoop voor je dat alles een beetje voorspoedig verloopt. Volgens mij staat het weerzien met Marieke gepland voor morgen, dat moet toch ook weer een mooi feestje worden!!

    Groeten, Richard.

  5. danielle.rostohar@gmail.com'

    Jemig, wat een toestanden met die Malaria Marc!! Hoop dat je er inmiddels een beetje doorheen bent en je weer wat beter voelt! Ik denk als je je meisje 1 dezer dagen weer ziet, je gauw nog meer opknapt! :-) Goeie reis Marieke!

    Groet, Danielle

  6. miekevanussel@gmail.com'

    Hoi Marieke,

    goede reis en behouden thuiskomst!!!

    Tante Mieke

  7. k.stijn@chello.nl'

    Oh, wat een mooi verhaal!
    En, dit heb je natuurlijk al vaker gehoord, maar wat is je schrijfstijl leuk!
    Ik lig steeds in een deuk.
    Lieve allebei, ja nu zijn. Jullie, als het goed is, samen..
    Super veel plezier!
    Met de wilde dieren, bushdouche, achterdeurzand en herderbezoekers,
    Tot leessssssss,
    En kussssssss

  8. bettyjoop@hotmail.com'

    hoi mark wat lekker dat marieke bij je is , en wat een gekl…..t met de termostaat en de tank,maar ja hoor hij heeft weer wat in de tas zitten om het op te lossen, nu samen naar het ziekenhuis, ff helpen dus de gr uut brum, dus